Vlechting

Vlechting is het geheel van beitels langs één dakvlak, toegepast in puntgevels als decoratieve en gebouwkundige afwerking.

Betekenis

Een vlechting bestaat uit de reeks beitels die op één dakvlak aansluiten en vormt zo een afwerking van de schuine zijkant van een puntgevel. De beitel is een wigvormig gemetseld inzetstuk dat loodrecht op het dakvlak staat en meestal uit vier tot acht lagen baksteen bestaat. In het Engels voorkomt de aanduiding "tumbling coarse".

Toepassing

Vlechtingen komen voor bij puntgevels en dienen zowel een uiterlijk- als bouwkundige functie.

  • Verstevigen van het metselwerk langs de schuine zijkanten van een puntgevel.
  • Vergemakkelijken van de afwerking aan de bovenzijde, waar dakpannen aan het metselwerk bevestigd worden.
  • Toepassing vooral relevant bij daken met een vrij grote hellingshoek.
  • Worden gebruikt als decoratief metselmotief langs dakvlakken.

Aandachtspunten

  • Beitels staan loodrecht op het dakvlak; juiste plaatsing bepaalt uiterlijk en functie.
  • Doorsnede en uitvoeringswijze van de beitels volgen de constructieve vereisten van het gebouw.
  • Oudere vlechtingen kunnen bakstenen van mindere kwaliteit tonen (voorbeeld uit circa 1950).
  • Afwerking bovenaan moet geschikt zijn voor de bevestiging van dakpannen, zeker bij steilere hellingen.

Uitvoering / materialen

  • Beitel: wigvormig inzetstuk van metselwerk, doorgaans opgebouwd uit vier tot acht lagen baksteen.
  • Vlechting: samenhangend geheel van dergelijke beitels langs één dakvlak, uitgevoerd in hetzelfde metselwerk als de gevel of als contrasterend motief.

Relatie met andere metselverbanden

Vlechting is een vorm van metselafwerking met zowel decoratieve als bouwkundige doeleinden; het kan vergeleken worden met andere motieven en verbanden zoals stroomlaag en visgraatmotief. Deze verbanden bieden uiteenlopende esthetische en constructieve oplossingen in gevelmetselwerk.