Wateroverlast
Wateroverlast is het optreden van een teveel aan water dat hinder of schade veroorzaakt aan terreinen of gebouwen.
Betekenis
Wateroverlast ontstaat wanneer er een teveel aan water is dat leidt tot hinder of schade in bewoonde of open gebieden. De mogelijkheid om wateroverlast te vermijden hangt af van de ernst, de bron van het water en de omgeving.
Toepassing
Wateroverlast speelt een rol bij ruimtelijke inrichting en civiele bescherming.
- Op daken en in goten (noodoverloop bij teveel water op het dak)
- In kruipruimtes en laaggelegen ruimten (bodemafsluiter bij teveel water)
- In tuinen en aangelegde terreinen (grindkoffers, waterdoorlatende bestrating, wadi's)
- Bij rivier- en kustverdediging (dijken, dammen, kades, nooddijken)
- In polders en beheerde rivieruiterwaarden (pompen, spaarbekkens, ruimte voor de rivier)
- Bij bouwkeuzes (bouwen op terp of op het water, groendaken, klimaatbuffering)
Aandachtspunten
- Bel bij acute wateroverlast de brandweer; bij niet-dringende gevallen contacteer de gemeente en eventueel het lokale waterschap.
- Nooddijken en tijdelijke waterkeringen moeten aangelegd zijn vóórdat het water overlast geeft.
- Pompen kunnen veel water tijdelijk verplaatsen, maar alleen als het ontvangende waterpeil lager ligt dan de beschermende dijk of duin.
- Voor problemen met vuilwaterafvoer hoort de rioolinfrastructuur te worden geraadpleegd.
Maatregelen ter voorkoming en beperking
- Noodoverloop/noodafvoer: afvoeren van teveel water van daken en terreinen.
- Bodemafsluiter: voorkomen van binnendringend water in kruipruimten.
- Grindkoffer of zandpaal bij bouw: verbeteren van lokale infiltratie bij aanleg van een gebouw.
- Waterdoorlatende bestrating en grastegels: laten sijpelen van hemelwater door de verharding.
- Waterkeringen: dijken, duinen, dammen, kades en landscheidingen; voor toegankelijkheid vaak voorzien van coupures.
- Nooddijk (nooddam): tijdelijke waterkering, bijvoorbeeld met zandzakken of kunstmatige dijken.
- Ruimte voor de rivier: uiterwaarden aanwijzen om gecontroleerd over te laten lopen en zo de rivierdruk te verlagen.
- Peilbeheer: regulering van waterstanden.
- Zware en extra pompen: overbreng van water over dijken naar rivieren of zee als tijdelijke maatregel.
- Behouden en aanleggen van weilanden, bossen en tuinen: bergen water in de grond.
- Retentie en spaarbekkens: opvangen en tijdelijk opslaan van teveel water.
- Wadi's: lokale berging van hemelwater in droge greppels.
- Groendaken: bufferen van hemelwater in het substraat.
- Klimaatmantel/klimaatbuffer: plannen rekening houdend met meer neerslag.
- Bouwen op terp of op het water: hogere ligging of meebewegen met waterpeil als adaptieve maatregel.
Beleid en infrastructuur
- Na de rivieren-watersnoodramp van 1995 zijn veel dijken versterkt.
- Er bestaat planning om tegen 2050 ongeveer 2.000 km dijk en 500 sluizen en gemalen te versterken om beter een teveel aan rivierwater af te kunnen voeren.
- De Rijn kan een doorstroming van 16.000 m3, ofwel 16 miljoen liter, per seconde aan en mogelijk in de toekomst 18.000 m3/s.