Baander
Een baander is een hoge inrijdeur in een bedrijfsruimte van een boerderij, bestemd voor wagens en vee.
Betekenis
Een baander is een inrijdeur in de deel, dors of dars van een boerderij, doorgaans hoog genoeg om paard-en-wagen of andere landbouwwagens naar binnen te laten rijden. De deur kan uit één blad bestaan of uit twee helften en diende naast het laden en lossen ook om vee in- en uit te drijven.
Toepassing
De baander komt voor in traditionele boerderijen en schuren.
- Plaatsing in kop- of langsgevel om wagens de middenbeuk of langsdeel binnen te rijden.
- Toegang tot de deel voor laden van graan of oogst.
- Toegangsopening voor veeverkeer tussen stal en erf.
- Als architectonisch element bij hallenhuizen met deeldeuren in de achtergevel.
Aandachtspunten
- Klinket of winket: soms voorzien van een apart klein toegangsdeurtje in het grote deurvlak.
- Aanwezige stiepel: bij tweedelige deuren kan een uitneembare middenstijl (stiepel) aanwezig zijn.
- Vorm en afwerking: vaak rechthoekig, in sommige regio's met een toog of rijk omlijst rond 1900.
- Recessie/baandernis: teruggeplaatste baanders creëren soms een voorportaal (baandernis of onderschoer) met toegang tot aangrenzende ruimten.
- Restauratie-effecten: in de 20e eeuw werden veel baanders vervangen door ramen of gedicht vanwege tocht en gewijzigde functie.
Onderdelen
- Klinket (winket): klein toegangsdeurtje in het deurblad.
- Stiepel: uitneembare middenstijl tussen twee deurhelften; vaak voorzien van een stiepelteken.
- Stiepelteken: gekrast of geschilderd teken op de stiepel, vaak zandloperachtig.
- Staldeur: kleinere deur naast de baander, bedoeld voor regulier personen- of veegebruik.
Uitvoering en varianten
- Enkel of dubbel blad: baanders kunnen bestaan uit één deurblad of twee helften met een verwijderbare stiepel.
- Vormvariatie: veel baanders zijn rechthoekig; in Brabant komen frequent toogvormen voor; soms meerdere baanders naast elkaar.
- Architectonische elementen: baanders werden soms rijk omlijst en voorzien van opschriften met jaartal, boerderijnaam of religieuze tekst.
Historiek
- Traditioneel gebruik: diende om wagens met oogst in de schuur te laten rijden en vee te drijven.
- Regionale benamingen: ook aangeduid als mendeur, deeldeur, bansdeur, niendeur, darsdeur of dorsdeur; in sommige gewesten bander, banzer e.d.
- 20e-eeuwse veranderingen: vermindering van boerderijfunctie leidde tot vervanging door raampartijen of het dichten van baanders bij renovaties.