Bastion
Een bastion is een uitspringend deel van een vesting dat dienstdoet als vooruitgeschoven waarnemings- en verdedigingspost.
Betekenis
Een bastion is een vooruitgeschoven uitbouw van een vestingwal die bedoeld is voor vroegtijdige waarneming van vijanden en als verdedigingswerk. Het ontwerp is oorspronkelijk Italiaans en diende vooral ter verdediging van de langere zijden van de wal.
Toepassing
Een bastion komt voor als deel van een vesting- of verdedigingsstelsel.
- Voorzien in vooruitgeschoven bewaking en verdedigingsposities.
- Uitgevoerd als vijfhoekige aarden of stenen uitbouw (hol bastion).
- Uitgevoerd als met aarde gevulde binnenruimte met bomvrije ruimten voor personeel of geschut (vol bastion).
- Gedetacheerde bastions worden door een gracht van de vestingwal gescheiden.
Aandachtspunten
- Onderscheid maken tussen hol bastion (lege uitbouw) en vol bastion (gevulde binnenruimte met bombestendige functies).
- Bastions konden soms met een verdedigingstoren worden uitgerust; het rondeel fungeert als voorloper van dergelijke torens.
- Gedetacheerde bastions liggen los van de hoofdwal en zijn door een gracht gescheiden; ligging beïnvloedt bereik en verdediging.
- Gebruik de correcte deelbegrippen (keel, flank, oor, face, saillant) bij analyse en reconstructie van vestingwerken.
Typen / uitvoeringen
- Hol bastion: vijfhoekige uitbouw van aarde of steen met lege binnenruimte.
- Vol bastion: binnenruimte opgevuld met aarde; bevat vaak bomvrije onderkomens of remises voor geschut.
- Gedetacheerd bastion: separaat bastion, gescheiden van de vestingwal door een gracht.
- Bastion met verdedigingstoren: soms gecombineerd met een toren; het rondeel is een historische voorloper.
Onderdelen
- Keel, flank, oor, face en saillant behoren tot de gebruikelijke onderdelen van een bastion.
Verschil met barbacane en hoornwerk
- Barbacane: ook een vooruitgeschoven deel, maar specifiek als vóórpost bij een ingang met een daaropvolgende smallere doorgang en een volgend verdedigingswerk.
- Hoornwerk: een buiten de vesting gelegen werk met twee halve bastions, verbonden door een courtine en meestal aan de vesting gekoppeld door lange vleugels.
Etymologie
De term is ontleend aan het Franse bastion, via Italiaans bastione (van bastia), verwant aan Oudfrans bastie en het werkwoord bastir (bouwen), met mogelijke herkomst in het Frankische bastjan.