Boog

Een boog is een gebogen overspanning tussen twee steunpunten die belasting afvoert en vaak een opening draagt.

Betekenis

Een boog is een deel van een gebogen lijn of een gebogen overspanning boven een opening die steun zoekt bij twee steunpunten en zijdelingse druk afvoert. Door de boogconstructie vloeit de belasting van het bovenliggende gedeelte als horizontale en verticale krachten naar de aanzetstenen, pilaren of andere steunpunten, waardoor de constructie de overspanning kan dragen. Een boog bestaat klassiek uit aanzetstenen, een serie boogstenen en een sluitsteen; zodra de sluitsteen is geplaatst, is de boog in principe zelfdragend.

Toepassing

Bogen komen voor in diverse bouwelementen en constructies.

  • Draagconstructies boven deuren en vensters in muren.
  • Ondersteuning van gewelven en overkappingen.
  • Bruggen en aquaducten als overspanningselement.
  • Monumentale constructies zoals triomfbogen en boogfriezen.

Aandachtspunten

  • Drukverdeling: laat de druk boven de boog wegvloeien als horizontale en verticale krachten naar de steunpunten.
  • Samenstelling: controleer de opeenvolging van aanzetstenen, boogstenen en sluitsteen voor correcte montage.
  • Zelfdragend: een boog wordt in principe zelfdragend zodra de sluitsteen op zijn plaats zit.
  • Oriëntatie: herken de binnenwelflijn (onderzijde) en buitenwelflijn (bovenzijde) bij detailwerk en restauratie.
  • Afmetingen: bepaal de pijl (loodrechte afstand tussen kruin en aanzet) voor de vormgeving van de boog.

Onderdelen

  • Aan zetsteen: overgangspunt van boog naar onderste steun.
  • Boogstenen: wigvormige of gebogen stenen die samen de boog vormen.
  • Sluitsteen: centrale steen bovenaan die de boog sluit en zelfdragend maakt.
  • Kruin: het hoogste punt van de boog.
  • Pijl: de loodrechte afstand tussen kruin en aanzet.
  • Binnenwelflijn en buitenwelflijn: respectievelijk de onder- en bovenvorm van de boog.

Soorten

Veel verschillende boogvormen bestaan, onder meer:

  • Rondboog, segmentboog, korfboog (paanderboog)
  • Spitsboog en lancetboog
  • Hoefijzerboog (moorse boog)
  • Accoladeboog, ezelsrugboog, kielboog, keperboog
  • Korfboog, schaarboog, schulpboog, ontlastingsboog
  • Klaverbladboog (driepasboog), tierceron, lierne
  • Triomfboog, florentijnse boog, tudorboog en diverse andere historische varianten

Geschiedenis en etymologie

De Romeinen pasten vroeg boogconstructies toe die uit wigvormige stenen bestonden en op pijlers rustten; van deze grondvorm zijn vele gewelven afgeleid. De term boog is ontleend aan het Protogermaanse buga (boog; verwant aan buigen); in het Oudnederlands komt het woord als thenedon bogo voor en in het Middelnederlands als boghe.