Sluitsteen

Een sluitsteen is de middelste steen die als laatste precies in het midden van een boog of gewelf wordt geplaatst.

Betekenis

Een sluitsteen is de middelste steen van een gemetselde of gestapelde boog die als laatste wordt geplaatst en de boog in het midden afsluit. In gewelven verbindt de sluitsteen de ribben met elkaar en wordt dan ook gewelfsleutel genoemd. Sluitstenen kunnen tevens de grotere stenen zijn die een rollaag aan beide zijden afsluiten.

Toepassing

De sluitsteen komt voor in verschillende bouwkundige constructies.

  • Gemetselde of gestapelde bogen
  • Gewelven, als verbindingspunt van de ribben
  • Natuurstenen bogen, vaak zonder verdere voegwerkzaamheden rond de sluitsteen
  • Rollagen, als afsluitende grotere steen aan beide zijden
  • Rijk bewerkte bogen, als agraffe of agrafe

Aandachtspunten

  • Vorm: sluitstenen hebben, net als de andere stenen in een boog, de vorm van een wig.
  • Plaatsing: de sluitsteen wordt als laatste in het midden van de boog geplaatst.
  • Materiaal: sluitstenen worden vaak in natuursteen uitgevoerd.
  • Uitvoering: een rijk bewerkte sluitsteen wordt agraffe (of agrafe) genoemd.
  • Varianten: hangt de knop van de sluitsteen ver naar beneden, dan spreekt men van een druiper of doorhangende sluitsteen.

Materialen / uitvoeringsvormen

  • Natuursteen: veel voorkomende uitvoering voor zowel boog- als gewelfsluitstenen.
  • Bewerking: van eenvoudige wigvorm tot rijk gebeeldhouwde agraffen.

Typen

  • Boogsluitsteen: de middelste steen in een gemetselde of gestapelde boog.
  • Gewelfssluitsteen (gewelfsleutel): de middensteen bovenin een gewelf die de ribben verbindt.
  • Druiper / doorhangende sluitsteen: een sluitsteen waarvan de knop ver naar beneden hangt.
  • Ringaardig of decoratief: soms als bewerkte of ringvormige sluitsteen toegepast.

Verschil met anzetsteen en voussoir

  • Anzetsteen en voussoirs zijn de andere stenen waaruit een boog bestaat; de sluitsteen is specifiek de middelste en laatst geplaatste steen die de boog afsluit.