Bossche School

De Bossche School is een naoorlogse bouwstijl rond Dom Hans van der Laan, gekenmerkt door strakke geometrie, robuuste materialen en sobere proporties.

Betekenis

De Bossche School verwijst naar gebouwen die zijn ontstaan onder invloed van de theorieën van Dom Hans van der Laan (1904–1991). De stijl legt de nadruk op een zorgvuldig samenstellen en schikken van blokken, staven en platen volgens een helder maatstelsel en eenvoudige, sober vormgegeven elementen.

Toepassing

De Bossche School is toegepast bij religieuze en andere naoorlogse bouwopgaven.

  • Vormgeven van kerken in de periode na de Tweede Wereldoorlog.
  • Ontwerpen van abdijkerken en kloosterachtige complexen.
  • Ontwerpen van gemeentehuizen en wooncomplexen in de geest van Van der Laan.
  • Opleidingen en stuurgroepen zoals de Cursus Kerkelijke Architecturen (Kruithuis, Den Bosch) en hun volgelingen.

Voorbeelden van gebouwen in deze stijl zijn de Waasmunsterkerk, de abdijkerk Sint Benedictus in Vaals, het gemeentehuis van Oirschot en het wooncomplex Dorp De Hoop (1995, in de stijl van Van der Laan).

Aandachtspunten

  • Gebruik van een strikt maatstelsel (het plastische getal) voor verhoudingen en ritme.
  • Vermijden van ornamenten en ronde vormen; toepassing van de "techniek van omissie".
  • Keuze voor dikke, gecementeerde buitenmuren en robuuste lateien en zuilen.
  • Toepassing van diepe, rechthoekige ramen in ritmische geledingen; binnen en buiten raken elkaar.
  • Vloeren van gewassen grind in cement en omsloten hoven als binnenruimten.

Kenmerken

  • Heldere geometrie gebaseerd op het plastische getal.
  • Rechte lijnen en horizontaliteit.
  • Dikke muren en sobere vormen.
  • Ritmische herhaling van rechthoekige, diep geplaatste ramen.
  • Vierkante zuilen en robuuste lateien.
  • Geen ronde vormen en geen ornamenten.
  • Hoven omsloten door buitendelen; gecementeerde buitenmuren.
  • Vloeren met gewassen grind in cement.

Het plastische getal

Het plastische getal vormt het centrale maatstelsel van de Bossche School en wordt gezien als een driedimensionale uitwerking van de gulden snede. Typische proporties zijn 1:1, 3:4, 4:7, 3:7, 1:3, 1:4, 3:16 en 1:7; ook afgeleide verhoudingen zoals 3:8 behoren tot dit systeem.

Belangrijke thema's van Van der Laan

  • Afbakening van architectonische ruimte ten opzichte van natuurlijke ruimte, met als doel een vanzelfsprekende bewoonbaarheid.
  • Gebruik van ideale verhoudingen als basis voor orde en harmonie.
  • Vast ritme in de opbouw: herhaling voorkomt afdwalen van de bedoeling.
  • "Techniek van omissie": weglaten van historische referenties en ornamentiek.
  • Toepassing van driedimensionale proporties in het ontwerp.

Ontstaan en praktijk

De Bossche School ontwikkelde zich grofweg tussen 1946 en 1989. Dom Hans van der Laan werkte regelmatig samen met zijn broer Nico en ontwierp naast gebouwen ook gebruiksvoorwerpen voor kerk en abdij, zoals een kruis, kandelaar, doopvont en krukjes. De naoorlogse bouwopgave, met name het tekort aan kerken, leidde tot meerdere realisaties volgens zijn theorie.