Dampopen bouwen
Bij dampopen bouwen is de buitenste laag van een bouwdeel meer dampopen dan de binnenste laag, zodat vocht kan diffunderen naar buiten.
Betekenis
Dampopen bouwen is een constructiebenadering waarbij het buitenste materiaal meer dampdoorlatend is dan het binnenste materiaal, zodat waterdamp uit de constructie naar buiten kan diffunderen. Daardoor wordt de relatieve luchtvochtigheid binnen de constructie gereguleerd zonder de isolatiewaarden negatief te beïnvloeden.
Toepassing
Wordt toegepast op bouwdelen zoals daken en gevels om vocht in de constructie te beperken en af te voeren.
- Toepassen bij luchtdichte bouwmethoden in combinatie met mechanische ventilatie.
- Gebruik bij constructies waar damp die binnendringt veilig naar buiten moet kunnen.
- Combineren met dampschermen aan de warme zijde en dampopen folies aan de koude zijde.
Aandachtspunten
- Voorkom dat er (veel) vocht in de constructie komt, bijvoorbeeld door een dampscherm aan de warme zijde te plaatsen.
- Voer vocht af dat in de constructie is getreden, bijvoorbeeld met een dampopen folie aan de koude zijde of via ventilatie.
- Houd er rekening mee dat dampopen bouwen geen alternatief is voor ventilatie: de dampstroom door de constructie is een minieme fractie van de luchtstroom bij ventileren.
- Zorg dat naar buiten toe een oplopende dampdoorlatendheid aanwezig is (steeds meer dampopen laag of folie naar buiten).
Dampdoorlatendheid (Sd-waarde)
- Dampopen materialen: Sd <= 0,5 m, bij voorkeur < 0,2 m.
- Licht dampremmend: Sd > 0,5 m en <= 20 m.
- Dampremmend in het algemeen: Sd tussen 20 en 100 m.
- Dampdicht: Sd > 100 m.
- De Sd-waarde heeft altijd betrekking op een bepaalde materiaaldikte; Sd = μ × dikte (m). Bijvoorbeeld: een luchtspouw van 5 cm (μ = 1) levert Sd = 1 × 0,05 m = 0,05 m.
Eisen aan volledig dampopen bouwen
- Geen dampdichte materialen gebruiken in enige laag; alleen aan de binnenzijde kan een zwakke dampremmer aanwezig zijn (bijv. OSB met Sd ≈ 0,5–2 m).
- Geen dampdichte dakbedekking of gevelbekleding toepassen (bijv. geen bitumen of EPDM).
- In principe moeten alle bouwmaterialen dampopen zijn om vocht te transporteren zonder zelf vochtig te blijven; geschikte isolatiematerialen zijn vezelrijke materialen zoals houtvezel, vlas, katoen, schapenwol, stro en hennep.
- Een dampopen of zwak dampremmende folie is toegestaan om regen en stuifsneeuw buiten te houden.
- Naar buiten toe is een steeds meer dampopen laag of folie vereist.
Processen in dampopen constructies
Bij dampopen bouwen moeten de volgende processen kunnen plaatsvinden:
- Condenseren door dampdiffusie binnen in de constructie.
- Vochttransport door de vezels van materialen.
- Verdampen aan weerszijden van de constructie.
Voordelen
- Vocht in de constructie kan zowel aan de binnen- als aan de buitenzijde verdwijnen, mits materialen dampopen zijn.
- Kans op schimmelvorming is minimaal wanneer vocht kan ontsnappen.
- Verbeterd wooncomfort en -kwaliteit doordat de bouwschil op een natuurlijke manier kan 'ademen'.
Nadelen
- De uitgangspunt dat er geen forse dampremmers mogen worden toegepast kan beperkend zijn bij materiaalkeuze.