Dendrochronologie
Dendrochronologie dateert houtmonsters aan de hand van jaarringenonderzoek om leeftijd, herkomst en soms klimaat vast te stellen.
Betekenis
Dendrochronologie is de wetenschap die houtmonsters d.d.ateert op basis van herkenbare jaarringen (groeiringen). Het uitgangspunt is dat bomen binnen een bepaald gebied een gemeenschappelijk groeipatroon vertonen, waardoor sequenties van jaarringbreedten uit monsters met referentiereeksen kunnen worden vergeleken en gedateerd.
Toepassing
Dendrochronologisch onderzoek wordt ingezet om ouderdom, herkomst en omgevingsinformatie van hout te bepalen.
- Dateren van oud hout en bouwelementen.
- Bepalen van de herkomst (oorsprong) van boomstammen.
- Reconstructie van vroegere klimaat- en landschapscondities.
- Ondersteunen van bouwhistorische en archeologische studies.
- Dateren van unica zoals schilderpanelen en meubelonderdelen.
Aandachtspunten
- Bemonsteren kan via boren, zagen of fotograferen; boren met een holle boor levert bijna cilindrische boormonsters.
- Kies bij voorkeur geschikte boomsoorten (o.a. eik, grove den, fijnspar, den; soms beuk, es en iep).
- Meet de jaarringbreedten met microscopen en meettafel in hondersten van millimeter en registreer de waarden digitaal.
- Vergelijk de gemeten jaarringreeks met standaardgrafieken of referentiekalenders per soort, groeiregio en tijdvak.
- Zorg voor een voldoende aantal opeenvolgende jaarringen; soms levert een monster slechts een indicatie van de dateerbaarheid.
Uitvoering
- Boren: toepassen wanneer het hout in situ moet blijven; levert een bijna cilindervormig monster.
- Zagen: toepassen bij niet-actueel gebruikte elementen (archeologisch hout, gesloopte balken).
- Fotograferen: toepassen bij kwetsbare voorwerpen die intact moeten blijven (bijv. schilderijlijsten).
- Meten en analyse: jaarringbreedten worden met meettafel en microscoop nauwkeurig opgemeten, in bestanden gezet en met speciale software uitgezet in grafieken of staafdiagrammen; vergelijking gebeurt vaak visueel op een lichttafel met referentiegrafieken.
Werking / principe
- In het Westelijk halfrond vormt een boom gewoonlijk één jaarring per jaar; snellere groei in lente/zomer resulteert in bredere, lichtere delen, terwijl herfst/winter dunne of duistere lijnen achterlaten.
- Jaarringbreedte hangt af van factoren zoals locatie, boomsoort, temperatuur, waterbeschikbaarheid, voedingsstoffen, licht en luchtvochtigheid.
- Fotosynthese levert de bouwstenen voor groei: 6 CO2 + 12 H2O + energie => C6H12O6 + 6 H2O + 6 O2; voldoende licht, water, CO2, voedingsstoffen en warmte leiden tot grotere jaarringbreedten.
Gekozen boomsoorten
- Voorkeurssoorten voor dendrochronologie zijn eik (Quercus), grove den / grenen (Pinus sylvestris), fijnspar / vuren (Picea abies) en den (zilverspar); in sommige gevallen zijn beuk, es en iep bruikbaar.
Beperkingen en aanvullende methoden
- Een datering vereist doorgaans een voldoende lange en aaneengesloten jaarringreeks; korte of beschadigde monsters kunnen slechts indicatief zijn.
- Voor exactere datering kan isotopenonderzoek worden ingezet.