Driepas

Een driepas is een gotisch geometrisch maaswerkmotief van drie elkaar rakende cirkels binnen een omschreven cirkel.

Betekenis

Een driepas is een klaverbladachtig motief in maaswerk dat ontstaat uit drie elkaar rakende cirkels, vaak geplaatst binnen één grote omschreven cirkel. De vorm komt voor als grafisch of architectonisch motief en onderscheidt zich door de driehoekige rangschikking van de cirkelmiddens.

Toepassing

De driepas verschijnt in diverse architectural en ambachtelijke toepassingen.

  • In venstertoppen en spaarvelden boven vensters als maaswerk.
  • In nissen, borstweringen en friezen als decoratief motief.
  • Als boogvorm: de driepasboog of klaverbladboog.
  • In hout- en ambachtelijk snijwerk.
  • In stalramen en andere eenvoudige vensteropeningen.

Aandachtspunten

  • Vorming: wordt gevormd door drie cirkels die elkaar raken, doorgaans binnen een omschreven cirkel.
  • Toten: de spitse, wigvormige delen van de onvoltooide driepascirkels heten toten.
  • Variantverschillen: bij een drieblad loopt de cirkelpunt wat spitser toe; bij een driesnuit ontstaan visblaasvormige velden binnen de omschrijvende cirkel.
  • Terminologie: een pas is een streek of haal met een passer; zonder omschrijvende cirkel spreekt men van een triquetra.

Varianten en verwante vormen

  • Drieblad: lijkt op de driepas maar met spitsere cirkellopen.
  • Driesnuit: bestaat uit visblazen (visblaasvelden) binnen een omschreven cirkel.
  • Driepasboog (klaverbladboog): boogvormige toepassing van de driepas.
  • Triquetra: enkelvoudige uitvoering zonder omschrijvende cirkel; geeft een andere vormgeving van hetzelfde basisprincipe.

Oorsprong en benamingen

  • De vorm kan Keltische oorsprong hebben maar komt in meerdere culturen voor.
  • Engelse term: trefoil; Franse term: trilobe.