Gevelisolatie in de spouw

Na-isolatie door het vullen van de spouw tussen binnenblad en buitenblad met isolatiemateriaal.

Betekenis

Gevelisolatie in de spouw is het na-isoleren van spouwmuren door de spouw tussen binnenspouwblad en buitenspouwblad te vullen met isolatiemateriaal. Daardoor ontstaat een niet-geventileerde, thermisch verbeterde wand die warmteverlies naar buiten vermindert.

Toepassing

Gevelisolatie in de spouw wordt toegepast bij bestaande spouwmuren.

  • Vullen van de spouw tussen binnenblad en buitenblad met vlokken, parels of schuim.
  • Her-isolatie van eerder geïsoleerde spouwen na verwijderen van oude isolatie.
  • Toepassing bij rijtjeshuizen, waarbij overdracht naar belendende panden voorzien moet worden.

Aandachtspunten

  • Niet alle gevels zijn geschikt: vermijd spouwvulling bij geglazuurde baksteen, verblendsteen, strengperssteen en muren met dampdichte afwerklagen.
  • Houd rekening dat een gevulde spouw geen geventileerde ruimte meer is; gevelsteen droogt trager en vorstgevoelige stenen lopen meer risico op schade.
  • Verwijdering van bestaande isolatie moet gebeuren door uitzuigen vóór het opnieuw vullen.
  • Bij spouwen kleiner dan ca. 3 cm is na‑isolatie niet of nauwelijks mogelijk of zinvol.
  • Voor het invoeren van glaswol of steenwol is een boorgat van minimaal 18 mm nodig; voegen moeten daar dik genoeg voor zijn bij kruisingen van lint- en stootvoeg.
  • Zorg voor bereikbaarheid van de woning voor het materieel dat gebruikt wordt bij het isolatieproces.
  • Plaats spouwborstels bij begrenzingen met buren of bij rolluiken om wegschuiven van materiaal te voorkomen; een spouwborstel is een lange cilindrische borstel met veel stevige kunststof "haren".
  • Bespreek na-isolatie van rijtjeshuizen met buren; in veel gevallen zijn scheidingsborstels toepasbaar.
  • Bij aantreffen of vermoeden van vleermuizen in de spouw mag geen isolatie plaatsvinden; gespecialiseerde isolatiebedrijven voeren mogelijke werken uit en er bestaan methodes (zoals eDNA-onderzoek en tijdelijke uitlaatkleppen) en procedures rond ontheffingen via een Soortenmanagementplan (SMP).

Materialen / uitvoeringsvormen

  • Glaswolvlokken en steenwolvlokken (speciale vlokken voor spouwvulling).
  • HR IsoWool.
  • Polystyreenparels (EPS-parels: polystyreen, airpop).
  • PUR (genoemd als mogelijke uitvoering in beeldmateriaal).

Uitvoering

  • Vullen gebeurt via boorgaten in de voeg; type en diameter van boorgaten en de uitvoeringswijze hangen af van het gekozen isolatiemateriaal en de voegdikte.
  • Bij reeds geïsoleerde spouwen eerst oude isolatie uitzuigen.
  • Wanneer beschermde dierensoorten vastgesteld worden, gelden specifieke uitvoeringseisen en beperkingen; soms zijn tijdelijke of permanente voorzieningen (kleppen) nodig om dieren uit de spouw te laten vertrekken zonder terugkeer.

Situaties waarbij isolatie niet gewenst of niet mogelijk is

  • Gevels met dampdichte afwerklagen of zeer dichte buitensteenlagen.
  • Gevels met vorstgevoelige of poreuze stenen, tenzij voorafgaand aan maatregelen zoals hydrophobering worden toegepast.
  • Woningen zonder spouw (meestal vóór ca. 1920) of met te kleine spouw (meestal vóór ca. 1960).
  • Woningen uit circa 1970 met een dunne isolatielaag en kleine luchtspouw, waar weinig winst te verwachten is.
  • Woningen vanaf circa 1992 die vaak al redelijk tot goed geïsoleerde spouwen hebben.

Vergelijking

  • Vergelijk gevelisolatie in de spouw met gevelisolatie aan de binnenzijde en gevelisolatie aan de buitenzijde om de meest geschikte maatregel voor een specifieke woning te bepalen.