Rocaille

Een rocaille is een siermotief of kunstmatig grotwerk dat rotsvormen en een rustieke uitstraling imiteert.

Betekenis

Een rocaille is een siermotief en kunstmatig grotwerk ontleend aan rotsvormen, ontworpen om door een ruw en ongekunsteld ogend karakter een landelijke indruk te wekken. De term verwijst zowel naar oorspronkelijke 18de-eeuwse grotten opgebouwd uit steentjes en schelpen als naar later uitgevoerde werken in cement of beton met een rustieke afwerking. Daarnaast duidt rocaille in de decoratieve kunst een motief met schelpen en koralen aan, veel toegepast in de Rococo.

Toepassing

Rocailles komen voor in tuinen, parken en architectuur.

  • Oorspronkelijk toegepast als kunstmatige grotten en tuinontwerpen in de 18de eeuw.
  • In de late 19de eeuw uitgevoerd in cement of beton voor grotere sculpturale elementen.
  • Gebruikt voor tuinmeubels, brugleuningen en andere decoratieve constructies in "rotswerk".
  • Als rotspleister toegepast op meer of minder platte vlakken (rustiek, geduimde cementering).
  • In interieur- en exterieurornamentiek als schelpmotieven rond muuropeningen in de Rococo.

Aandachtspunten

  • Opbouw gebeurt vaak op een basis van ijzerdraad, betonijzer of gaas waarop een stevige mortel wordt aangebracht.
  • Veel rocaillewerk werd vrijwel nat-in-nat opgebouwd; dat beïnvloedt de uitvoeringstechniek.
  • Wanneer tuinmeubels of leuningen in rocaille worden uitgevoerd, wordt dit in Frankrijk wel aangeduid als faux-bois (onecht hout).
  • De maker van rocailleobjecten wordt een rocailleur of rustiekwerker genoemd.
  • Verwarring met "rustica" vermijden: rustica verwijst voornamelijk naar ruw behakte natuursteenlagen onderaan gevels.

Materialen / uitvoeringsvormen

  • Oorspronkelijke rocailles: steentjes en schelpen, opgebouwd tot kunstmatige grotten.
  • Latere uitvoeringen: cement of beton aangebracht op een draadmethode (ijzerdraad, betonijzer of gaas) en vormgegeven met mortel.
  • Varianten omvatten zowel hoog-reliefe sculpturen als rotspleister op vlakke ondergronden.

Historiek

  • 18de eeuw: ontstaan als kunstmatige grotten in tuinen, opgebouwd uit natuurlijke materialen zoals steentjes en schelpen.
  • Eind 19de eeuw: toename van cement- en betonuitvoeringen met robuuste morteltechnieken en gebruik van metalen onderconstructies.

Verschil met rustica

  • Rocaille: decoratief rotswerk of schelpmotief, vaak kunstmatig en ornamentaal van aard.
  • Rustica: zware, ruw behakte natuursteen (gebosseerd natuursteen) gebruikt bijvoorbeeld onderaan gevels; een andere technische en visuele toepassing dan rocaille.