Hardheidsschaal van Mohs

De schaal van Mohs rangschikt mineralen naar hun relatieve krasbestendigheid op een schaal van 1 tot 10.

Betekenis

De hardheidsschaal van Mohs geeft aan in hoeverre een mineraal bestand is tegen krassen op een glad oppervlak; de schaal ordent mineralen op een schaal van 1 tot 10. De schaal bestaat uit tien referentiemineralen met bijbehorende hardheidscoëfficiënten en geeft een volgorde van hardheid weer, niet de absolute hardheid.

Toepassing

De schaal van Mohs wordt gebruikt om relatieve hardheden van mineralen vast te stellen.

  • Bepalen van krasbestendigheid van mineralen op een glad oppervlak.
  • Indelen en herkennen van mineralen en edelstenen.
  • Vergelijken van bouw- en natuursteensoorten in termen van krasvastheid.
  • Snel veldonderzoek en eenvoudige toetsing zonder geavanceerde meetapparatuur.

Aandachtspunten

  • De schaal is ordinaal: een hogere waarde betekent harder, maar de afstanden tussen graden zijn niet lineair.
  • Voor harde materialen zoals staal en voor precieze kwantitatieve metingen worden andere methoden gebruikt (Brinell, Knoop, Rockwell, Vickers).
  • Marmer heeft bijvoorbeeld een hardheid van ongeveer 3,5, wat tussen de schaalwaarden in valt.
  • Een mineraal met hardheid vanaf 7 wordt als edelsteen aangeduid.
  • Voor hout bestaat een aparte vergelijkende proef: de Janka-hardheidsproef.

Hardheidswaarden (Mohs-schaal)

De tien standaardgraden met voorbeelden:

  1. Talk, grafiet
  2. Gipssteen
  3. Kalksteen
  4. Fluoriet (spaat)
  5. Apatiet, turkoois
  6. Veldspaat, porselein
  7. Kwarts, toermalijn
  8. Topaas
  9. Korund (natuurlijk aluminiumoxide), robijn, saffier
  10. Diamant

Relatie met andere hardheidsmethoden

De schaal van Mohs geeft een relatieve rangorde; voor praktische toepassingen en voor materialen zoals staal worden kwantitatieve hardheidsmetingen toegepast met methoden als Brinell, Knoop, Rockwell (met kegel of met kogel) en Vickers, die waarden leveren via hardheidsmeters.