Kerkhofproef

De kerkhofproef bepaalt de rotbestendigheid (duurzaamheidklasse) van hout door proefstalen in de grond te plaatsen.

Betekenis

De kerkhofproef is een methode om de rotbestendigheid van hout vast te stellen en daarmee diens duurzaamheidklasse te bepalen. Bij de proef wordt gevolgd na hoeveel tijd een proefstaal in de grond gaat rotten, wat een indicatie geeft van de weerstand tegen verrotting onder aardcontact.

Toepassing

De kerkhofproef wordt ingezet om de verrottingsduur van houtsoorten te onderzoeken.

  • Vaststellen van de rotbestendigheid van hout.
  • Bepalen van de duurzaamheidklasse op basis van de verrottingssnelheid.
  • Uitvoeren van periodieke of jaarlijkse testen op een proefterrein (kerkhofproefterrein).

Aandachtspunten

  • Gebruik een proefstaal van 5x5 cm zoals voorgeschreven voor de steekproef.
  • Plaats het proefstaal in de grond en noteer de tijdsduur tot aantasting optreedt.
  • Inspecteer zowel de buitenzijde als de kern van het hout; uiterlijke aanzetting (zand, algen) zegt niet altijd iets over kernbeschadiging.
  • Documenteer meetmomenten om de verrottingsprogressie te kunnen vergelijken tussen materialen.

Uitvoering

  • Bereid een paaltje of plankje met afmetingen 5x5 cm.
  • Sla het proefstaal in de grond op een proefterrein.
  • Voer periodieke waarnemingen uit en registreer na hoeveel tijd zichtbare rot optreedt.
  • Vergelijk resultaten tussen verschillende houtsoorten om duurzaamheidklassen te bepalen.

Voorbeeldresultaat

Een doorgezaagde bankirai-balk die jarenlang in de grond verbleef, toonde zand en algen aan de buitenzijde, terwijl de kern onaangetast bleef, wat de mogelijke verschillen tussen oppervlaktelaag en kern illustreert.