Klei

Klei is een sedimentaire grondsoort bestaande uit zeer fijne, platte deeltjes (lutum) met sterke waterafsluitende eigenschappen.

Betekenis

Klei is een grondsoort opgebouwd uit fijne, platte gesteentefragmenten en mineraaldeeltjes met een korrelgrootte kleiner dan 0,002 mm (lutum). Door het schilferige karakter van de deeltjes heeft klei een lage doorlatendheid en toont zij plastisch en kneedbaar gedrag, met een neiging tot langzaam verlopende zettingen.

Toepassing

Klei wordt toegepast vanwege zijn afsluitende en verwerkbare eigenschappen.

  • Afdichten van waterlopen en oevers, bijvoorbeeld dijken, sloten en singels.
  • Grondstof voor baksteenproductie: goed handelbaar na droging.
  • Als sedimentair materiaal wordt onderscheid gemaakt naar plaats van afzetting, bijvoorbeeld zeeklei en rivierklei.

Aandachtspunten

  • Inklinken door uitdrogen of druk vermindert de binding tussen de deeltjes en veroorzaakt bodemdaling en zettingen; nadelig voor funderingen.
  • Sterk lutumhoudende klei heeft zwel- en krimpvermogen, met kans op krimpscheuren bij uitdroging.
  • Lage doorlatendheid beïnvloedt drainage en grondwaterstroming (permeabiliteit).
  • Hoger lutumgehalte verhoogt het kleefeffect en maakt de grond zwaarder bewerkbaar.
  • Zettingen van klei verlopen langzaam; rekening houden met voortgaande vervorming.

Eigenschappen

  • Korrelgrootte: de lutumdeeltjes < 0,002 mm; de vorm is schilferig (deeltjes < 0,01 mm).
  • Samenhangend materiaal met doorgaans kleine doorlatendheid.
  • Chemisch minder stabiele mineralen en grotere anisotropie dan grovere gronden.
  • Plastisch en elastisch gedrag; behoorlijk samendrukbaar met voortgaande vervorming.
  • Klei bevat doorgaans meer dan 25% lutum: lichte kleigronden 25–35% lutum, matige en zware kleigronden meer dan 35% lutum.

Typen en indeling

  • Vette klei: klei met weinig zand; ook vermeld als weke, vette klei (in Zeeland soms spier genoemd).
  • Magere klei: klei met veel zand.
  • Slappe klei: weinig binding tussen bestanddelen; stijve klei: veel binding.
  • Jonge klei: recent afgezet in de laatste geologische perioden; diep liggende klei is vaak ouder.

Lutum

  • Lutum is zacht, kneedbaar en plastisch; natte lutumdeeltjes vervormen gemakkelijk.
  • Lutum bindt silt- en zanddeeltjes tot kruimels en kluiten; een hoger lutumgehalte vergroot het kleefeffect.
  • Lutum kan voedingsstoffen binden en teruggeven aan plantenwortels.
  • Lutumdeeltjes veroorzaken zwel- en krimpgedrag; sterk lutumhoudende grond kan veel water opnemen.

Resultaten voor gebruik als bouwgrond

  • Samenhangend maar vaak slecht doorlatend; daardoor minder geschikt als draagkrachtige bouwgrond.
  • Redelijk samendrukbaar: zettingen verlopen traag en kunnen invloed hebben op bestaande constructies.
  • Zeer geschikt als grondstof voor baksteen en andere keramische toepassingen.