Maaiveld
Het maaiveld is de bovenkant van de grond van het terrein, vaak circa 150 mm onder de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer.
Betekenis
Het maaiveld is het grensvlak tussen de ondergrond en de lucht: de bovenkant van de terreingrond. Bij gebouwen ligt dit niveau meestal ongeveer 150 mm onder de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer.
Toepassing
Het begrip maaiveld wordt gebruikt bij het bepalen van hoogten, toegangsniveaus en bodemgegevens.
- Bepalen van de hoogte van bouwwerken ten opzichte van het aansluitende terrein.
- Registratie van dieptes van aangeboorde lagen ten opzichte van het maaiveld.
- Ontwerp van drempels en hellingsbanen bij toegangen.
- Plaatsing en detaillering van ondergrondse en grondgebonden constructiedelen (bijv. vlaggenmastvoeten).
Aandachtspunten
- Houd bij toegangsdeuren rekening met het drempeldetail: het hoogteverschil tussen vloerniveau binnen en aansluitend terrein buiten mag maximaal 20 mm zijn; anders is een hellingsbaan toegestaan.
- Meet het hoogteverschil vanaf de afgewerkte vloer; aangebrachte vloerafwerking (parket, vloerbedekking) mag in de meting worden meegerekend.
- Bij lage drempels moet worden voorkomen dat hemelwater over of langs de drempel kan lopen; een opvanggoot met afvoer of een hellingsbaan kan een oplossing zijn.
- Terrein ophogen als oplossing kan nadelige effecten hebben, zoals optrekkend vocht; alternatieve afwateringsmaatregelen verdienen de voorkeur.
Eisen / regelgeving
- De ene-eenheidregel: bij een woning geldt de maximale 20 mm voor elke toegang; bij een voor publiek toegankelijk gebouw geldt dit voor ten minste één toegang.
- Indien een hellingsbaan wordt toegepast moet de bovenkant van de hellingbaan een bordes hebben van 1,4 m × 1,4 m (zie artikel 2.44 van het Bouwbesluit 2012).
- De met een hellingsbaan overbrugde hoogte mag niet groter zijn dan 1 meter.
Relatie met NAP en bodemonderzoek
- Maaiveldhoogten worden vaak uitgedrukt in m NAP (AHN); de weergave van hoogten kan daarbij onhandig zijn.
- In bodemonderzoeken en bij registratie van aangeboorde lagen worden dieptes in eerste instantie ten opzichte van het maaiveld vastgelegd.
Voorbeelden en varianten
- Er kunnen verschillende niveaus van maaiveld voorkomen op één perceel (terrasseringen, ophogingen).
- Voor vlaggenmasten wordt doorgaans een vrije lengte van circa 200 mm boven het maaiveld aangehouden om rotten van de mastvoet te vermijden; hiervoor wordt vaak een overschuifkoker toegepast.