Neorenaissance

De neorenaissance is de neostijl in grote delen van West-Europa rond 1870–1900 die renaissancevormen herinterpreteerde.

Betekenis

De neorenaissance (ca. 1870–1900) is een architectuurstijl die renaissancevormen en -motieven uit het verleden herneemt en verbeeldt in gebouwen van de late 19e eeuw. De stijl streeft naar symmetrie en historische referentie, maar bevat ook rijk decoratief beeldhouwwerk en eigentijdse bouwtechnieken zoals later gietijzer.

Toepassing

De neorenaissance komt voor in civiele en religieuze bouwprojecten van het laatste kwart van de 19e eeuw.

  • Stadhuizen
  • Musea en schouwburgen
  • Fabrieken en winkels
  • Enkele particuliere woonhuizen
  • Protestantse kerkbouw (in ons land bijzonder uitgesproken)

Aandachtspunten

  • Symmetrie is een leidend principe van plattegrond en gevel.
  • Horizontale lijnen verdelen de gevel in duidelijke vakken.
  • Rijk beeldhouwwerk en ornamenten zijn gebruikelijk.
  • Katholieke kerken uit de 19e eeuw werden vaak in neo-gotische stijl gebouwd; niet-katholieke kerken konden daarom in neorenaissance verrijzen.
  • Latere toepassingen integreerden gietijzer voor elementen zoals overkappingen.

Karakteristieke elementen

  • Symmetrie (plattegrond én gevel)
  • Wandgeleding met pilasters
  • Hardstenen banden of cordons in lichter natuursteen; spekbanden in gele baksteen bij rode baksteen
  • Horizontale gevelindeling
  • Decoratief beeldhouwwerk
  • Kruiskozijnen
  • Frontons boven ramen
  • Lijsten en ornamenten
  • Ontlastingsbogen met gekleurd siermetselwerk (rondbogen en later segmentbogen)
  • Trapgevels en sierankers
  • Medaillons (cirkelvormige versieringselementen)
  • Later gebruik van gietijzer (bijv. voor overkappingen)

Relatie tot Beaux-Arts

  • De Beaux-Arts-stijl (ca. 1870–1910), gedoceerd aan de École des Beaux-Arts in Parijs, is een weelderigere uitvoering van zowel het neo-classicisme als de neorenaissance.
  • Beaux-Arts kan elementen van barokachtige bombast vertonen, bijvoorbeeld door gebruik van gekleurd marmer, mozaïeken en reliëfs; een bekend voorbeeld is de Opéra Garnier in Parijs.

Voorbeelden

  • Rijksmuseum, Amsterdam: ontwerp Pierre Cuypers 1876, gereed 1885 (foto ca. 1895).
  • Academiegebouw, Utrecht: 1848, arch. Gugel en Nieuwenhuis.
  • Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen (winkelgalerij, Brussel): arch. Jean-Pierre Cluysenaar, bouw gereed 1847.
  • Opéra Garnier (Beaux-Arts voorbeeld): arch. Charles Garnier, ontwerp 1861, geopend 1875.
  • Fongers-fabriek, Groningen: neorenaissance elementen, 1897 (torentje met chalet-achtige kenmerken).