Plaatmateriaal
Plaatmateriaal omvat materialen die in de vorm van platen worden aangeleverd, zoals houtachtige platen, metalen en kunststoffen.
Betekenis
Plaatmateriaal zijn bouw- en afwerkingsmaterialen die in vlakke platen worden geproduceerd en geleverd; ze kunnen bestaan uit houtachtige materialen, vezels, metalen, kunststof of minerale samenstellingen. Ze vervullen functies als afwerking, isolatie (thermisch en akoestisch) en brandwerende bekleding en worden afhankelijk van het type binnen- of buitenshuis toegepast.
Toepassing
Plaatmateriaal wordt breed toegepast in de bouw en inrichting.
- Afwerken van muren en gevels.
- Isoleren voor warmte en geluid.
- Brandwerende bekleding (bijv. gipsplaten, pleisterdrager).
- Boeiboorden en gevelbekleding (bijv. compactplaat).
- Constructieve of overspannende elementen (bijv. kielsteg voor daken en vloeren).
Aandachtspunten
- Bevestig houtachtige platen niet strak tegen de muur om werking door temperatuur en vooral vocht te beperken.
- Controleer de geschiktheid voor binnen- of buitengebruik; veel platen zijn enkel voor binnentoepassing of enkel onder strikte voorwaarden buiten toepasbaar.
- Let op samenstelling: veel plaatmaterialen bestaan uit meerdere lagen, soms van verschillende materialen, wat invloed heeft op sterkte en werking.
- Houd rekening met brandklasse en brandwerendheid; gipsplaten hebben bijvoorbeeld een goede brandwerende functie, zeker in combinatie met een pleisterlaag.
- Vermijd verouderde of verboden materialen; zo is asbesthoudende ABC-golfplaat niet meer toegestaan.
Materialen / uitvoeringsvormen
Voorbeelden van plaatmateriaal en korte kenmerken:
- Houtachtige platen: triplex/multiplex, MDF, OSB, houtvezelplaat, hardboard, meubelplaat.
- Gelamineerde houtproducten: CLT (cross laminated timber; lagen haaks voor meer stevigheid en minder werken), glulam (lagen in dezelfde richting), DLT (dowel laminated timber; lagen verbonden met deuvels), NLT (nail laminated timber; lagen met nagels verbonden), LSL en LVL (verschillende vormen van gelamineerd timmerhout).
- Composiet en compacte platen: compactplaat (houtvezels en hars, vergelijkbaar met Trespa; vaak 6 mm dik en toepasbaar voor boeiboorden en gevelbekleding).
- Kunststof en acryl: acrylaat (plexiglas/perspex).
- Minerale en speciale platen: vezelcement, gipsplaat (gipskartonplaat, gipsvezelplaat), leemplaat (onbrandbaar, op basis van leem), Oryx board (magnesiumoxide, onbrandbaar, brandklasse A1).
- HPL-laminaat en soortgelijke decoratieve toplaagplaten.
- Speciale systemen: Kielsteg (boven- en onderlaag met daartussen V-vormige elementen uit OSB of multiplex; geschikt voor grote overspanningen).
Samenstelling en werking
- Veel plaatmaterialen zijn meerlagig; laagopbouw en materiaalmix bepalen sterkte, platheid en gevoeligheid voor vocht en temperatuur.
- Lagenoriëntatie beïnvloedt het werken van hout: bij CLT liggen lagen haaks om werken te verminderen en stevigheid te verhogen; bij glulam liggen lagen parallel.
- Verbindingstechnieken variëren: deuvels (DLT), nagels (NLT) of lijm/laagvorming (EWP, LVL, LSL).
Specifieke voorbeelden en eigenschappen
- ABC-golfplaat: asbestcementplaat, niet meer toegestaan.
- Compactplaat: vaak 6 mm dik, geschikt voor boeiboorden en gevelbekleding; verkrijgbaar in wit, grijs of antraciet.
- Kielsteg: kan daken overspannen tot ca. 12 m (Basic) of tot ca. 27 m (Select) en vloeren tot ca. 13 m, afhankelijk van uitvoering.
- Gipsplaten: goede brandwerende functie, zeker in combinatie met een pleisterlaag.
- Oryx board: onbrandbaar plaatmateriaal; hoofdbestanddeel magnesiumoxide, brandklasse A1.