Schenkelspant

Dak

Een schenkelspant, ook Philibertspant genoemd, is een dakspant opgebouwd uit gebogen, aaneengeschakelde houtdelen (schenkels).

Betekenis

Een schenkelspant is een dakspant gevormd door gebogen spantdelen die aaneengeschakeld de draagconstructie vormen. Door de gebogen vorm ontstaan grotere overspanningen en meer nuttige binnenhoogte onder de kap, terwijl de zijdelingse druk op de muren vaak kleiner is dan bij rechte spanten.

Toepassing

Het schenkelspant komt voor in uiteenlopende gebouwtypen en kan veel kapvormen realiseren.

  • Gebruikt in huizen, pakhuizen, scholen, kazernes en koetshuizen.
  • Toegepast bij gebogen kappen en mansardekappen.
  • Geschikt voor koepels en andere grote ruimten waar grote overspanningen gevraagd worden.
  • In sommige uitvoeringen toegepast om vrije hoogte onder de nok te maximaliseren (bij afwezigheid van makelaar en spantbalk).

Aandachtspunten

  • Voorziening van gekromd hout is nodig; dit kon historisch bestaan uit korte planken die op elkaar gespijkerd, gebout of met beugels geklemd werden.
  • De vorm van de schenkels beïnvloedt de dakdruk: twee boogdelen die elkaar raken kunnen een spitsboog vormen en werden met het oog op dakdruk aanbevolen.
  • Het spant reduceert zijdelingse druk, wat dunnere muren mogelijk kan maken.
  • Meningen verschillen over bijkomende voordelen zoals minder houtgebruik of een lager brandgevaar.

Materialen en uitvoeringsvormen

  • Gekromd hout uit natuurlijk gebogen stammen of uit recht hout dat in kromming is gezaagd.
  • Gelamineerde uitvoering: meerdere lagen (bijvoorbeeld drie) aaneengeschroefd of verlijmd tot één gebogen schenkel; dit komt overeen met een vorm van gelamineerd spant.
  • Historische methode: reeks korte planken die op elkaar werden gespijkerd of met bouten en beugels op elkaar werden geklemd.
  • Knieschenkel: variant waarbij alleen de onderste delen als schenkels zijn uitgevoerd om arbeid en materiaal te besparen.
  • Verstevigde varianten: samengestelde spanten waarbij een middenstuk van nok tot muurplaat loopt en naast schenkeldelen twee rechte of andere elementen aanwezig zijn.

Typen en vormen

  • Één halve cirkel: de eenvoudigste vorm van schenkelspant.
  • Twee boogdelen die bovenaan op enige afstand in elkaar grijpen.
  • Twee boogdelen die bovenaan elkaar raken en zo een spitsboog vormen (aanbevolen voor dakdruk).
  • Variaties met of zonder makelaar en spantbalk.
  • Combinaties die neigen naar andere spanttypen (bijv. gecombineerd met vakwerk- of Engelse spantelementen).

Verschil met Schulz-spant

Het Philibertspant lijkt visueel op het Schulz-spant doordat beide een gebogen verschijningsvorm hebben; bij het Schulz-spant worden de spantbenen echter gevormd door gebogen, gespleten stammen die vaak als "juffers" worden aangeduid.

Historiek

  • De naam verwijst naar de Franse bouwmeester Philibert de l'Orme (ook Philibert Delorme), met publicatie van het spant in 1561.
  • Er was een opleving in het gebruik van Philibertspanten in de tweede helft van de 19e eeuw.
  • Het maken van schenkelspanten stond bekend als arbeidsintensief; door alleen de onderste delen als schenkels uit te voeren kon arbeid worden bespaard.