Schoor, schoorpaal
Een schoor is een stut of steunbalk, vaak schuin geplaatst, die constructiedelen tijdelijk of definitief ondersteunt of exact verticaliseert.
Betekenis
Een schoor is een stut, paal, balk of staaf die iets schraagt of ondersteunt; meestal betreft het een schuin geplaatste steunbalk of -staaf. Een schoorpaal is een schuin in de grond aangebrachte (hei)paal die de stabiliteit van een constructie vergroot.
Toepassing
Schoren en schoorpalen komen voor op werven en in constructies waar tijdelijke of blijvende ondersteuning en exacte plaatsing nodig is.
- Voor het exact stellen en vastzetten van prefab betonelementen.
- Bij het schoren van betonbekistingen (onder meer met trekschoren en drukschoren).
- Als schoorpalen bij landhoofden en keerwanden om stabiliteit te verhogen.
- Als schranklat of schrankhout om houten kozijnen haaks te houden tijdens afmontage.
- In traditionele molenbouw als schuine balken in de staart (windschoor).
Aandachtspunten
- Plaatsing: schoren worden vaak schuin toegepast; stempels kunnen recht of schuin zijn.
- Schoorstand: schoorpalen kennen een schoorstand (bijvoorbeeld 5:1); voor heipalen wordt vaak een maximale raking van 6:1 genoemd.
- Terminologie: in Vlaanderen worden zowel schuine schoren als rechte of schuine stempels ook wel stansoen genoemd.
- Soorten: er bestaan onder meer trekschoren (tension) en drukschoren (compression).
Benamingen en varianten
- Schranklat / schrankhout: houten latten die voorkomen dat een kozijn of raamwerk omvalt of niet haaks staat.
- Schoorpaal: meestal een (hei)paal onder schoor geslagen om grond- of constructiedruk op te vangen.
- Windschoor: specifieke toepassing van schoren bij molens of in vakwerkconstructies (Eng. brace, raker).