Tocht
Tocht is een meervoudig begrip dat kan duiden op een ongewenste luchtstroom, een heipaalmeting of een hoofdwatergang in een polder.
Betekenis
Tocht heeft drie hoofdbetekenissen: (1) een ongewenste luchtstroom in een ruimte (trek), (2) bij het heien een meeteenheid of reeks slagen op een heipaal, en (3) in de polder een poldervaart of hoofdafwateringskanaal. De ongewenste luchtstroom wordt meestal ongunstig ervaren, vooral wanneer het om koude lucht gaat. Bij heien duidt tocht zowel op een serie van 30 slagen als op een aangegeven stuk van 250 mm op de paal om slagen te tellen. In de polder verwijst tocht naar een watergang die sloten naar een groter water of een molen, gemaal of uitwateringssluis afvoert.
Toepassing
Tocht komt in verschillende vakgebieden voor.
- In gebouwen: als ongewenste luchtstroom die comfort beïnvloedt.
- In funderingen/heien: als maat voor het aantal slagen of als stuk van 250 mm op een heipaal.
- In waterbeheer/polders: als poldervaart of hoofdafwateringskanaal tussen sloten en uitwateringspunt.
- In historische en taalkundige contexten: als woord met betekenissen rond verplaatsing en gang.
Aandachtspunten
- Ongewenste luchtstroom: kan vooral bij koude lucht als hinderlijk worden ervaren; oplossingen omvatten maatregelen zoals tochtstrips en maatregelen tegen koudeval.
- Heien: een tocht is gedefinieerd als een serie van 30 slagen of als elk stuk van 250 mm op een paal; deze definities worden gebruikt bij het tellen en bij het kalenderen van heipalen.
- Polder: een tocht vormt onderdeel van de afwateringsketen (greppel → sloot → tocht → boezem → buitenwater) en leidt water naar grotere waterlopen of uitwateringsinrichtingen.
- Terminologie: dezelfde term dekt uiteenlopende vakmatige betekenissen; context bepaalt welke betekenis van toepassing is.
Bij het heien
- Tocht als slagenserie: een tocht bestaat uit 30 slagen op een heipaal.
- Tocht als lengte-eenheid op paal: een tocht is elk op de paal aangegeven stuk van 250 mm om het aantal slagen te bepalen dat nodig is om dat stuk in de grond te heien.
- Kalenderen: bij het kalenderen van palen treden meer tochten op en worden deze begrippen gebruikt om voortgang en voortplanting van paalinslagen bij te houden.
In de polder
- Poldervaart: tocht wordt gebruikt als aanduiding voor een watergang in droogmakerijen.
- Hoofdafwatering: tocht beschrijft een hoofdafwateringskanaal dat sloten naar een groter water of naar een molen, gemaal of uitwateringssluis voert.
- Afwateringsketen: de tocht neemt een plaats in tussen greppel/sloot en boezem/buitenwater binnen de gebruikelijke afvoerhiërarchie.
Etymologie
- De hedendaagse algemene betekenis van 'tocht' als verplaatsing of gang ontstond in de 16e eeuw en is afgeleid van het werkwoord dat 'gaan' of 'trekken' uitdrukt.
- De betekenis als watergang en die als luchtstroom berusten beide op het idee van verplaatsing: het verplaatsen van water respectievelijk van lucht.