Vrije vloeroppervlakte
De vrije vloeroppervlakte omvatte alle vloeroppervlakte met een vrije hoogte van minstens 230 cm (woningen) of 210 cm (andere gebouwen).
Betekenis
Vrije vloeroppervlakte was het deel van de vloer waarvan de vrije hoogte boven een drempel uitkwam: voor woningen ten minste 230 cm, voor andere gebouwen ten minste 210 cm. De term duidde dus expliciet op vloeroppervlakte die aan een minimale hoogtevoorwaarde voldeed.
Toepassing
Historisch gebruikte term in de bouwregelgeving.
- Aanduiden van welke delen van een gebouw als vloeroppervlakte met voldoende hoogte werden gerekend.
- Onderscheid maken tussen woningen en andere gebouwtypes door verschillende minimale hoogtes.
- Refereren in berekeningen en voorschriften tot de invoering van het Bouwbesluit 2003.
Aandachtspunten
- Gebruik in actuele regelgeving de term "vloeroppervlakte" in plaats van "vrije vloeroppervlakte".
- Controleer in oudere documenten of tekeningen of de vermelde oppervlakten aan de genoemde hoogte-eisen voldoen.
- Houd bij interpretatie het onderscheid aan: woningen 230 cm, andere gebouwen 210 cm.
- Wanneer nodig, geeft de geldende regelgeving nog expliciet aan welke minimale hoogte vereist is.
Eisen / regelgeving
- Minimale vrije hoogte voor woningen: 230 cm.
- Minimale vrije hoogte voor andere gebouwen: 210 cm.
- Met het Bouwbesluit van 2003 is de term "vrije vloeroppervlakte" vervallen; sindsdien wordt globaal gesproken van "vloeroppervlakte" en wordt, waar relevant, de noodzakelijke hoogte afzonderlijk aangegeven.
Verschil met vloeroppervlakte
Het Bouwbesluit 2003 verving de term "vrije vloeroppervlakte" door de algemenere aanduiding "vloeroppervlakte"; eventuele hoogtecriteria worden sindsdien apart in de regelgeving vastgelegd.