Onbenoemde ruimte

Een onbenoemde ruimte is een bouwkundige aanduiding voor ruimten waarvoor het Bbl geen specifieke eisen stelt.

Betekenis

Een onbenoemde ruimte is een term uit de bouwpraktijk voor ruimten waarvoor het Bbl geen specifieke voorschriften geeft. Dergelijke ruimten voldoen vaak niet aan eisen voor verblijfsruimten (bijvoorbeeld qua hoogte, grootte of daglicht), maar kunnen toch voor nuttige doeleinden worden gebruikt.

Toepassing

De term wordt gebruikt om delen van gebouwen te benoemen die geen specifieke functie krijgen toegeschreven.

  • Aangeven van zolders of andere ruimten die niet specifiek bestemd zijn voor verblijven.
  • Opnemen in verkoopbrochures en bij de omschrijving van woningen.
  • Meerekenen van de oppervlakte bij het bepalen van de gebruiksoppervlakte, mits aan andere voorwaarden voor gebruiksoppervlakte wordt voldaan.
  • Toepassing binnen of buiten een gebruiksgebied: wanneer een onbenoemde ruimte binnen het gebruiksgebied ligt, moet ze voldoen aan de regels van het betreffende verblijfs- of functiegebied; vangneteisen gelden dan niet voor die onbenoemde ruimte.

Aandachtspunten

  • Vermelden in verkoop- of overdrachtsdocumenten: het is niet altijd duidelijk voor een toekomstige gebruiker dat nauwelijks eisen gelden.
  • Voorzieningen kunnen ontbreken, bijvoorbeeld verwarming.
  • De oppervlakte kan meetellen voor de gebruiksoppervlakte, maar alleen als aan de overige voorwaarden voor gebruiksoppervlakte is voldaan.
  • Een onbenoemde ruimte hoeft niet fysiek van een verblijfsruimte gescheiden te zijn (krijtstreep-principe).
  • Bij toepassing binnen een gebruiksgebied geldt dat de specifieke regels van dat gebied van toepassing zijn.

Eisen / regelgeving

Het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) beschrijft onbenoemde ruimten als mogelijke onderdelen van een gebruiksfunctie die buiten het gebruiksgebied kunnen worden aangewezen. Voorbeelden van ruimten die doorgaans buiten een gebruiksgebied vallen zijn toiletruimten, badruimten, technische ruimten en verkeersruimten. Zolang onbenoemde ruimten niet voor een bepaald gebruik in gebruik worden genomen, hoeven ze niet te voldoen aan de eisen voor verblijfsgebieden of functiegebieden.

Voor onbenoemde ruimten die deel uitmaken van het gebruiksgebied, gelden de regels van het betreffende verblijfs- of functiegebied en zijn vangneteisen in dat geval niet van toepassing.

Voorbeelden van vangneteisen (als begrip):

  • regels voor daglichttoetreding
  • luchtverversing
  • verlichting

Krijtstreep-principe

Een onbenoemde ruimte hoeft niet door een fysieke scheidingsconstructie van een verblijfsruimte te zijn afgescheiden; dit wordt het krijtstreep-principe genoemd. Bij een schuin dak geldt bijvoorbeeld dat bij een vrije hoogte van minder dan 2,60 m (nieuwbouw-criterium) de vloeroppervlakte van het te lage deel niet als verblijfsgebied mag worden aangemerkt en doorgaans als onbenoemde ruimte beschouwd wordt.