Waterdichting

Waterdichting is het afsluiten van een constructie om binnendringend water te voorkomen, zowel preventief als correctief.

Betekenis

Waterdichting sluit een bouwdeel af tegen watertoetreding en beschermt de constructie tegen schade door lekkage, grondwater of regen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen preventieve waterdichting (bij de bouw aangebracht) en curatieve waterdichting (achteraf, ter herstel van waterinfiltratie).

Toepassing

Waterdichting wordt toegepast waar ongewenst water de constructie kan binnendringen.

  • Op daken en bij reservoirs.
  • Bij muren en vloeren, inclusief kelders; met producten voor binnen- of buitentoepassing.
  • Bij funderingsaansluitingen om optrekkend vocht te voorkomen.
  • In nieuwbouw en bij herstelwerkzaamheden of in tunnel- en ondergrondse werken.

Aandachtspunten

  • Onderzoek de oorzaak van een waterprobleem voordat men corrigerende maatregelen neemt; vaak is nader onderzoek noodzakelijk.
  • Geef de voorkeur aan buitenafsluiting van een constructie, omdat hiermee het water fysiek wordt tegengehouden; dit is soms niet uitvoerbaar of veel duurder.
  • Laat preventieve waterdichtingssystemen in de regel door de hoofdaannemer installeren bij nieuwbouw.
  • Kies het productstype afgestemd op de toepassing (bijvoorbeeld zwelmiddelen bij voegen, cementgebonden coatings in kelders).
  • Houd rekening met varianten voor zout of brak water waar beschikbaar.

Preventief en correctief

  • Preventieve waterdichting: systemen en materialen die bij nieuwbouw geïntegreerd worden om toekomstige watertoetreding te voorkomen; voorbeelden zijn zwelstrippen, spuitmastiek, spuitrubbers en bepaalde injectieslangen die later geïnjecteerd kunnen worden.
  • Curatieve (correctieve) waterdichting: middelen en technieken die achteraf worden toegepast bij waterdoorbraken of infiltratie; voorbeelden zijn injectieharsen, waterdichte bepleistering en reparatiemastiek.

Materialen en uitvoeringsvormen

  • Hydrofiele zwelstrippen en zwelbanden: bentonietzwelstrippen en polyurethaanzwelbanden die bij contact met water opzwellen en infiltratie blokkeren; er bestaan varianten voor zout/brak water.
  • Hydrofobe middelen: impregnatiemiddelen om gevels waterwerend te maken.
  • Injectieslangen: polyethyleen slangen met poreuze wanden waardoor injectiehars bij druk door de poriën kan dringen.
  • Cementgebonden coatings en waterdichte pleisterlagen: worden zowel preventief als correctief toegepast, onder meer in kelders.
  • Bitumen en DPC-folie: toegepast als waterkeringslaag bij de opgaande muren van funderingsbalken om optrekkend vocht te voorkomen.
  • Speciale middelen: producten zoals MB 2K, Sulfatex en Black Foundation voor het waterdicht maken van onderste lagen van metselwerk.
  • Elastische membranen: bijvoorbeeld polyurea voor dichten van reservoirs en daken.

Curatieve producten en technieken

  • Injectieharsen op basis van polyurethanen en polyacrylaten, ook inzetbaar voor grondstabilisatie.
  • Waterdichte bepleistering of cementvloeren gemodificeerd met polymeren voor een plastische, elastische en waterdichte mortel.
  • Reparatiemastiek voor dakreparatie en onder water gebruik, bijvoorbeeld Aqua-Stop.
  • Epoxy‑hars met emulsie‑verharder die diep in de ondergrond penetreert en een harde, ondoordringbare vochtbarrière vormt (toepassing bij kelders).
  • Snelverhardende, gebruiksklare uitzettend afdichtingsmiddel bij grote lekkages in niet-bewegende scheuren, bijvoorbeeld Waterdruk‑Stop.