Zavel

Zavel is een grondsoort met korrels van 0,002–0,063 mm en bevat 8–25% lutum (fijn kleimateriaal).

Betekenis

Zavel is een bodemmengsel tussen zand en lichte klei met een korrelgrootte van 0,002–0,063 mm. Het bevat 8–25% lutum (het minerale deel van klei), waarbij bij 25% of meer van klei gesproken wordt. Deze grond ontstaat meestal door vermenging van afwisselend afgezette klei- en zandlagen.

Toepassing

Zavel wordt toegepast in tuinen en de landbouw.

  • Tuinieren: meestal is geen grondverbetering nodig.
  • Akkerbouw: een mengsel van zavel en klei wordt als gunstig beschouwd.
  • Plantenteelt: humus en de combinatie van waterhoudendheid en doorlatendheid ondersteunen de meeste planten.

Aandachtspunten

  • Controleer drainage bij zware zavel; water kan dan minder snel wegstromen.
  • Houd rekening met de samenstelling (lutumpercentage) bij teeltkeuze of grondbewerking.
  • Vermijd onnodige grondverbetering wanneer de natuurlijke vruchtbaarheid en structuur toereikend zijn.

Voordelen en nadelen

  • Makkelijk te bewerken door het zandige bestanddeel.
  • Goed doorwortelbaar dankzij het zandige deel.
  • Houdt goed vocht vast door het kleiaandeel.
  • Vruchtbare grond door aanwezige humus.
  • Nadeel: in zware zavel (relatief veel klei) kan de afwatering trager zijn.

Afmetingen / korrelgrootte

  • Korrelgrootte: 0,002–0,063 mm (2–63 µm).
  • Lutumpercentage (minerale klei):
    • lichte zavelgronden: 8–12% lutum.
    • matig lichte zavelgronden: 12–17,5% lutum.
    • zware zavelgronden: 17,5–25% lutum.
  • Bij ≥25% lutum spreekt men van klei.

Voorkomen

  • Natuurlijke zavel komt voor in Zeeland, de Noordoostpolder en het noorden van Nederland.
  • Ontstaat vaak op stroomruggen (voormalige oeverwallen) of plekken waar ooit een rivier of zijtak liep, vaak in combinatie met zand of schrale klei.