Afschuiven
Afschuiven is het verschijnsel waarbij een deel van een talud langs een meestal halfcirkelvormig glijvlak naar beneden schuift.
Betekenis
Afschuiven is het verschijnsel dat een deel van een talud van een grondlichaam langs een meestal halfcirkelvormig glijvlak naar beneden schuift en daarmee een ernstige verzwakking van het grondlichaam veroorzaakt. Een grondlichaam is een uit grond bestaande verhevenheid, zoals een dijk, aarden vestingwal of landhoofd. Wanneer het grondlichaam een barrière tegen water vormt, kan afschuiving leiden tot een dijkdoorbraak; afschuiven wordt dan beschouwd als een faalmechanisme van dijken. Als de gronddeeltjes voldoende wrijving hebben, kan een evenwichtstoestand ontstaan en vindt geen afschuiving plaats.
Toepassing
Afschuiven komt voor bij grondlichamen en taluds in meerdere situaties:
- bij dijken en andere waterkerende grondlichamen
- bij aarden vestingwallen en landhoofden
- als relevant faalmechanisme in dijkbewaking en dijkversterking
Aandachtspunten
- Voorkom overmatige waterinfiltratie in het grondlichaam; teveel water verzwakt de samenhang van de deeltjes.
- Let op overtopping of langdurig waterstromen over de dijk, dat de samenhang aan de voet van het binnentalud kan verbreken.
- Controleer op piping: kwelwater dat onder het grondlichaam doorstroomt kan afschuiving initiëren.
- Houd rekening met langgedurende droogte, die het poriënwater vermindert en daarmee de cohesie aantast.
- Beoordeel extra belasting op het grondlichaam; lokale overbelasting kan water uit de massa persen en de deeltjesbinding veranderen.
- Herken situaties met te geringe samenhang, bijvoorbeeld bij zandlichamen met slechts een dunne veenlaag, die gevoeliger zijn voor afschuiving.
Oorzaken
Afschuiving kan onder meer veroorzaakt worden door:
- teveel water dringt in het grondlichaam (bijvoorbeeld langdurige hevige regenval)
- teveel water stroomt over het grondlichaam, waardoor de deeltjes aan de voet van het binnentalud hun samenhang verliezen
- teveel water vindt een weg onder het grondlichaam door (piping, kwelwater onder de dijk)
- langdurige droogte die de samenhang vermindert doordat poriënwater verdwijnt
- plaatselijke overbelasting van het grondlichaam, waardoor water uit de massa wordt geperst en samenhang verandert
- intrinsiek te geringe samenhang van de deeltjes, bijvoorbeeld bij zandlichamen met een dunne veenlaag
Glijvlak (afschuivingsvlak)
- Het glijvlak is meestal halfcirkelvormig en geeft het oppervlak aan waarlangs de grondmassa wegschuift.
- Het afschuivingsvlak wordt ook wel afschuivingsvlak of shear plane genoemd.
Verschil met wegspoelen / erosie
- Bij een zandlichaam zonder veenachtige toplaag (bijvoorbeeld bij wegenaanleg) is er in plaats van afschuiven doorgaans sprake van wegspoelen van de toplaag; dat proces verschilt van afschuiving omdat het geen verschuiving van een pakket grond langs een glijvlak betreft.
Relatie tot dijkbreedte
- Het verbreden van een dijk kan de kans op bezwijken door afschuiving verminderen; afschuiving van een talud hoeft niet tot een dijkdoorbraak te leiden als de dijk zodanig breed is dat na afschuiving nog een voldoende breed stuk overblijft.