Architraaf

De architraaf is het onderste, horizontale dragende deel van een hoofdgestel en kent ook een betekenis als lijstwerk rond ramen en deuren.

Betekenis

De architraaf is het onderste dragende (horizontale) deel in een hoofdgestel; oorspronkelijk is het te beschouwen als een omvangrijke latei. In de klassieke Griekse bouwkunst lagen over kolommen balken, de zogenaamde architraven, wat de bouwmethode de naam architraafbouw gaf en contrasteert met de latere gewelfbouw.

Toepassing

De term wordt op twee hoofdmanieren gebruikt.

  • Als hoofdbalk in klassieke bouwwerken boven zuilen en tussen bouwstukken van een hoofdgestel.
  • Als lijstwerk (koplatten) van een raam- of deurkozijn, zowel de bovenlat als de zij- en onderlijsten bij fors geprofileerde lijsten.
  • In historisch ornament en reliëfsculptuur op portalen en gevels.
  • Bij restauratie en herinpassing van ramen en deuren om stijlconsistentie te bewaren.

Aandachtspunten

  • Onderscheid duidelijk de architectuurkundige betekenis (dragende balk) van de afgeleide betekenis als sierlijst rond kozijnen.
  • Wees bewust dat architraven reliëf en beeldhouwwerk kunnen dragen; afmetingen en profiel variëren sterk per stijlperiode.
  • Bij raam- of deurlijsten kan het begrip architraaf alle omlijstende lijsten omvatten, niet uitsluitend de bovenzijde.
  • Gebruik vergelijkende termen (koplat, smeerlat, archivolt) om context en functie te verduidelijken.

Etymologie

De term komt via het Italiaanse architrave van het Griekse archi (voornaamste) en trave (balk); het Latijnse woord trabem (4e naamval van trabs, "balk") ligt hieraan ten grondslag.

Historische voorbeelden

  • Leeuwenpoort in Mykene (13e eeuw v.Chr.): één van de vroegste uitingen van een architraaf; de bovenliggende steen met leeuwenreliëf heeft een basis van circa 3,3 m en een hoogte van circa 3 m.
  • Parthenon in Athene: een architraaf opgebouwd uit onderdelen waaronder fascia en taenia.
  • Romaans zuilenportaal (ca. 1080): architraaf met reliëf van een gevecht tussen twee krokodilachtige monsters.
  • Neorenaissance-gevel (Willem II-straat 40, Tilburg): boogveld deels op een dunne architraaf boven een raam; reliëf uit 1888 door beeldhouwer Henricus Petrus (Piet) Leonardus van Tielraden (geb. 1854, Den Bosch).

Verschil met gerelateerde begrippen

  • Archivolt: verwijst naar de booglijst of boogveld en is niet hetzelfde als de horizontale, dragende architraaf.
  • Koplat / smeerlat: worden gebruikt voor lijstwerk rond kozijnen; in de context van sierlijsten kunnen deze termen elkaar overlappen met de niet-constructieve betekenis van architraaf.