Druksterkte

Druksterkte is de spanning waarbij een materiaal onder druk bezwijkt of blijvende vervorming van meer dan circa 10% vertoont.

Betekenis

Druksterkte, ook wel normsterkte genoemd, geeft aan hoeveel druk een materiaal kan verdragen voordat het bezwijkt of meer dan ongeveer 10% vervormt; dat percentage kan per materiaal en situatie variëren. De druksterkte wordt gewoonlijk uitgedrukt in N/mm2 (MPa); in oudere aanduidingen werd kgf/cm2 gebruikt.

Toepassing

Druksterkte wordt gebruikt om de draagkracht en geschiktheid van materialen vast te leggen, vooral bij beton en isolatiematerialen.

  • Bepalen van betonkwaliteit en indeling in sterkteklassen (bijvoorbeeld C10/15 tot C90/105).
  • Specificeren van vloer- en constructie-eisen (bijvoorbeeld drukweerstand van bedrijfsvloeren).
  • Classificatie van cellenbeton afhankelijk van volumieke massa.
  • Onderscheid tussen korte- en langeduurdruksterkte van isolatiematerialen zoals EPS.
  • Niet-destructieve en destructieve testen om praktijktwaarden vast te leggen (terugslaghamer, pendelhamer, drukproef).

Aandachtspunten

  • Houd rekening met het gegeven dat het percentage vervorming voor het vaststellen van bezwijken per materiaal kan verschillen.
  • Gebruik de juiste eenheid: druksterkte in N/mm2 (MPa); oudere eenheid kgf/cm2 komt in historische gegevens voor.
  • Voor beton wordt vaak een drukproef na 28 dagen uitgevoerd om de sterkteklasse te bepalen.
  • Meerdere metingen met een terugslaghamer zijn nodig om tot een zo representatief mogelijke druksterkte te komen.

Eisen / regelgeving

  • Beton wordt in sterkteklassen ingedeeld, variërend van C10/15 tot C90/105.
  • De indeling gebeurt op basis van drukproeven, gewoonlijk na 28 dagen uitharding.
  • Voorbeeld: mortel van klasse C45/55 moet bij een drukproef op een kubus een druksterkte van minstens 55 MPa behalen; de aanduiding 45 in C45/55 verwijst naar de cilinderwaarde.

Meetmethoden

  • Terugslaghamer (Schmidt): meetbereik 10 tot 70 N/mm2; wordt gebruikt voor niet-destructieve beoordeling van beton.
  • Digitale betonproefhamer: gelijksoortig meetbereik 10 tot 70 N/mm2, voorzien van digitaal aanwijsinstrument, geheugencapaciteit (bijv. 5000 metingen) en een RS 232C-uitgang voor verwerking.
  • Pendelhamer (Schmidt Type P): bedoeld voor wanden, vloeren en kolommen van normaal grindbeton met druksterkten van circa 5 tot 25 N/mm2.
  • Drukproeven op proefstukken (kubus of cilinder) worden gebruikt voor normatieve vaststelling van sterkteklassen.

Voorbeelden uit de praktijk

  • Drukweerstand van een bedrijfsvloer mag niet lager zijn dan 25 N/mm2.
  • Druksterkte van cellenbeton varieert met de volumieke massa en ligt circa tussen 2 en 6 N/mm2.
  • Druksterkte van EPS kan onderscheiden worden in korte duur en lange duur, bijvoorbeeld ongeveer 0,25 en 0,075 N/mm2.

Historiek en eenheden

  • Vroeger werd betonkwaliteit vaak met een B-aanduiding aangegeven (bijv. B32,5).
  • Historische eenheden zoals kgf/cm2 worden nog wel genoemd in oudere gegevens; in de tekst verschijnen conversies tussen N/mm2 en kgf/cm2 zoals vermeld in praktijkgegevens.