Landhoofd

Een landhoofd is de overgang van een grondlichaam naar een brug, sluis, viaduct of aquaduct.

Betekenis

Een landhoofd is het steunpunt waar een grondlichaam overgaat in een brug, sluis, viaduct of aquaduct; bij bruggen betreft het meestal de constructieve uitbouw of aanbouw in de oever. Het landhoofd geeft verticale krachten van de brug door aan de vaste grondslag en kan bovendien horizontale trekkrachten opnemen wanneer verankering nodig is.

Toepassing

Het landhoofd komt voor bij bruggen, viaducten, aquaducten en sluizen.

  • Dienen als rustpunt voor de brug en geven verticale belastingen door aan de grond.
  • Fungeren als verankeringspunt voor draagkabels bij hangbruggen en tuibruggen.
  • Verbinden de hoofdoverspanning met het land via aanbruggen om de bruglengte te beperken.
  • Huisvesten soms functies zoals een brugwachtershuis of kantoor voor sluis-/brugwachter.

Aandachtspunten

  • Neem verticale krachten op en draag deze af naar de vaste grondslag.
  • Weerstaan eventueel horizontale trekkrachten; bij hang- en tuibruggen is stevige verankering in het grondlichaam vereist.
  • Bij lage landhoofden kan een talud aan de open zijden volstaan; bij hogere of ruimtelijk beperkte locaties worden vaak verticale wanden toegepast.
  • Aanbruggen verkorten de benodigde hoofdoverspanning, maar vereisen pijlers in water en op land ter ondersteuning en kunnen de totale constructie beïnvloeden.
  • Funderingspalen van het landhoofd kunnen schuin worden geplaatst (schoorstand) om specifieke belastingen op te vangen.

Uitvoering

  • Vaak gevormd als uitbouw of aanbouw aan de oever.
  • Open zijden kunnen met een talud worden uitgevoerd; alternatieven zijn verticale wanden bij hoge of beperkte locaties.
  • Aanbruggen verbinden de brug met het land en verminderen de lengte van de hoofdoverspanning; pijlers ondersteunen deze aanbruggen.
  • Landhoofden variëren van eenvoudige vormgevingen tot omvangrijke constructies met pylonen of geïntegreerde gebouwen.