Oplegging
Een oplegging is een steunpunt of verbinding die krachten van een constructie overdraagt naar de ondersteunende constructie.
Betekenis
Een oplegging is het steunpunt waarop een constructie rust en vormt de verbinding die krachten overdraagt naar de onderliggende constructie. Ze bepaalt welke verplaatsingen en hoekverdraaiingen mogelijk zijn en welke richtingen reactiekrachten kunnen opnemen.
Toepassing
Opleggingen komen voor in diverse bouwkundige constructies.
- Ondersteunen liggers, balken en lateien op dragende muren of kolommen.
- In vloersystemen zoals kanaalplaatvloeren en breedplaatvloeren.
- Bij gevelelementen en brugconstructies.
- Als rubbers of dempers (oplegblokken) tussen prefab-elementen en de ondersteunende constructie.
Aandachtspunten
- Zorg voor vlakke en schone opleggingsvlakken.
- Waak over voldoende opleggingsbreedte; anders het aantal oplegpunten vergroten of extra onderstempeling toepassen.
- Opleglengte beïnvloedt door overspanning, materiaal van de oplegging, materiaal van de ligger en de te dragen belasting.
- Bij glijopleggingen kan glijweerstand een geringe evenwijdige reactiekracht veroorzaken.
- Inspecteer periodiek de speling van opleggingen en controleer op beschadiging of verlies van functie.
Soorten opleggingen
- Roloplegging: een vorm van vrije oplegging; horizontale verplaatsing en hoekverdraaiing mogelijk; richting van de reactiekracht loodrecht op de rolrichting (sigma Fh = 0).
- Scharnierende oplegging: vaste oplegging waarbij de reactiekracht elke richting kan hebben met componenten loodrecht en evenwijdig aan de oplegging (sigma Fh = 0 en sigma Fv = 0).
- Inklemming: vaste oplegging zonder verplaatsing en zonder hoekverandering toegestaan (sigma Fh = 0, sigma Fv = 0, sigma M = 0); bij gedeeltelijke inklemming is enige hoekverdraaiing mogelijk.
- Glijoplegging: vrije oplegging vergelijkbaar met roloplegging maar met enige glijweerstand die een kleine evenwijdige reactiekracht geeft.
- Starre oplegging: volkomen plaatsvast, zonder verplaatsing.
- Verende oplegging: veert mee bij belasting en keert bij ontlasten terug naar oorspronkelijke positie; bij overschrijden van de grenswaarde treedt bezwijken op.
- Blinde oplegging: oplegging die niet zichtbaar is, bijvoorbeeld een latei waarvan het steunende deel in de muur steekt.
Opleglengte
De opleglengte is de afstand van de ligger op de dragende constructie en hoeft niet samen te vallen met de lengte van het contactvlak. De benodigde opleglengte hangt onder meer af van:
- de overspanning (grotere overspanning vraagt vaak langere oplegging vanwege doorbuiging en risico op afbrokkelen),
- het materiaal van de oplegging (voorbeeld bij kanaalplaatvloeren: 90 mm op metselwerk, 80 mm op beton, 70 mm op profielstaal of vormvast plaatstaal),
- het materiaal van de ligger (stijve materialen buigen minder door),
- de te dragen belasting.
Een oplegnok (oplegneus) geeft de maximale opleglengte in een tekening en kan groter zijn dan de effectieve opleglengte.
Rubberen opleggingen en oplegblokken
Rubberen of polyurethaan opleggingen, ook oplegblokken of dempers genoemd, worden tussen een constructie en de ondersteunende constructie geplaatst. Kenmerken:
- Verkrijgbaar in verschillende hardheden en soms gewapend.
- Doel: opvangen van horizontale en verticale belastingen, hoekverdraaiingen en vervormingen.
- Voor dit type opleggingen geldt norm EN 1337-3.
Onderhoud en inspectie
- Controleer de speling bij opleggingen.
- Inspecteer oplegvlakken en dempers op slijtage, vervorming en schade.
- Vervang beschadigde of verouderde dempers om functionaliteit te behouden.