Schudmaat
De schudmaat is de diameter van de uitgevloeide betonspecie na een vastgelegde schudproef op een schudtafel.
Betekenis
De schudmaat geeft de vloeibaarheid van betonspecie weer als de diameter van de uitgevloeide specie na een schudproef. De proef omvat het trekken van een kegel en het toedienen van vijftien schokken aan de schudtafel, waarna de uitvloeiende diameter wordt gemeten.
Toepassing
De schudmaat wordt gebruikt om de vloei-eigenschappen van betonspecie te bepalen en te classificeren.
- Bepalen van de mate van vloeien voor betonspecie op laboratoriumschudtafels.
- Indelen in flow-klassen met codering F1 t/m F7.
- Vergelijken van consistentie bij materiaalonderzoek en kwaliteitscontrole.
Aandachtspunten
- Gebruik de schudtafel volgens de voorgeschreven handeling: het tafelblad wordt 15 maal opgetrokken tot een standaardhoogte en losgelaten.
- Meet de diameter van de uitgevloeide specie; niet de inzakhoogte zoals bij de zetmaat.
- Gebruik de juiste kegel voor deze proef (bovenzijde–onderzijde 130–200 mm, hoogte 200 mm).
- Realiseer dat de specie bij schudden meer vloeit dan bij de bepaling van de zetmaat.
Eisen / regelgeving
- De schudmaat wordt genoemd in de beproevingsnorm NEN-EN 12350-5.
- Codering van resultaten gebeurt in de flow-klassen F1 t/m F7 (Flow).
Onderdelen
- Kegel: interne maat tussen bovenzijde en onderzijde 130–200 mm en een hoogte van 200 mm; dit is een andere kegel dan voor de zetmaat.
- Schudtafel: tafel waarop de kegel met de betonspecie staat en die voor de proef vijftien schokken ontvangt (schudtafel met onderstel).
Verschil met zetmaat en vloeimaat
- Zetmaat: bepaalt inzakhoogte; schudmaat bepaalt de diameter van de uitgevloeide specie.
- Vloeimaat: zelfde maat als schudmaat maar dan zonder het schudden van de tafel.