Smuiger
Een smuiger is een brede, diepe schouw uit de Zaanstreek, vaak betegeld met bijbelse voorstellingen en met een voorover welvende kuif.
Betekenis
Een smuiger is een specifieke schouwvorm uit de Zaanstreek die bedoeld is om warmte van de kachelpijp of schoorsteen vast te houden en aan de kamer af te geven. Door de brede, diepe bouw en de naar voren welvende kuif wordt zoveel mogelijk warmte in de verblijfsruimte teruggekaatst.
Toepassing
De smuiger werd toegepast in woonruimtes in de Zaanstreek en diende zowel functionele als decoratieve doelen.
- Vasthouden en afgeven van warmte afkomstig van de kachelpijp of schoorsteen.
- Bevorderen van de trek in de schoorsteen.
- Verwarmen van de voeten met een ijzeren vloerplaat in de schouw.
- Vernieuwen of verfraaien van interieurs met betegeling, vaak met bijbelse of pastorale voorstellingen.
Aandachtspunten
- Plaatsing van de naar voren welvende kuif optimaliseert het terugkaatsen van warmte naar de kamer.
- De ijzeren vloerplaat beschermt tegels of muurwerk naast het vuur tegen hitte en vangt warmte op om die weer uit te stralen.
- Betegeling kan fragiel zijn; behoud van historische tegels vereist zorgvuldige behandeling.
- Decoratieve motieven variëren van bijbelse scènes tot landschappen, dier- en bloemmotieven.
Materialen / uitvoeringsvormen
- Vuurplaat: gietijzeren vloerplaat in de schouw, gebruikt ter bescherming en als warmtebron voor de voeten.
- Betegeling: vaak geglazuurde tegels met afbeeldingen, vervaardigd naar voorbeelden uit platenbijbels.
- Bouwvorm: brede, diepe schouw met een bovenkant voorzien van een naar voren gewelfde kuif.
Herkomst naam en decoratie
- De term 'smuiger' komt van het werkwoord smuigen (roken, rook afgeven, smeulen; ook: zich kruipend tegen iets aandrukken), een vormvariant van smuiken.
- Bijbelse afbeeldingen op tegels werden nagevolgd uit zogenoemde platenbijbels; schilders kopieerden vooral het werk van Pieter Hendriksz Schut en Jan Luiken.
- Pieter Hendriksz Schut graveerde prenten naar het werk van Mattheüs Merian de Oude; de afdrukken in de prentbijbel van Visscher (bekend als de Schutbijbel) zouden rond 1650 zijn verschenen.