Beer

Een beer is een meestal gemetselde waterkering in een gracht, vaak bij een vesting, die de waterstand reguleert en oversteken bemoeilijkt.

Betekenis

Een beer is een meestal gemetselde waterkering in een gracht, vaak aangebracht bij vestingwerken. De bovenzijde is vaak spits toelopend (ezelsrug) en kan een monnik dragen, een opstaande hindernis van metselwerk of natuursteen, om het overlopen of oversteken van de beer te bemoeilijken. Daarnaast duidt "beer" historisch ook op menselijke uitwerpselen; in die betekenis wordt verwezen naar een beerput.

Toepassing

Komt vooral voor in grachten en vestingwerken.

  • Scheiden en reguleren van de waterstand in een gracht, eventueel in combinatie met een sluis (sluisbeer).
  • Als holle beer: doorlaten van personeel.
  • Als holle beer met schietgaten: gecombineerde doorgang en verdediging (grachtsflankement).
  • Scheiden van zoet en zout water in stedelijke voorbeelden (bijv. Naarden).

Aandachtspunten

  • Vormgeving met ezelsrug en monnik beperkt het oversteken en verhoogt de verdedigingswaarde.
  • Holle beren kunnen dienstdoen als doorgangen; toevoeging van schietgaten verandert de functie in een verdedigingswerk.
  • De historische betekenis als uitwerpselen kan verwarring geven; dan wordt doorgaans naar een beerput verwezen.

Typen

  • Sluisbeer: beer gebruikt voor waterregeling in combinatie met een sluis.
  • Holle beer: beer met doorgang voor personeel.
  • Holle beer met schietgaten: holle beer die tevens schietgaten bezit voor grachtsflankement.

Materialen / uitvoeringsvormen

  • Meestal gemetseld.
  • Monniken of opstaande hindernissen kunnen uitgevoerd zijn in metselwerk of natuursteen.

Etymologie

  • Het woord "beer" betekent oorspronkelijk "varken" en de waterkering kreeg deze naam vanwege de gelijkenis in vorm ("Gelijk den rugghe van een swijn", Simon Stevin).
  • Het element "beer" in termen als steunbeer is hieraan verwant.