Delftse School
De Delftse School is een traditionalistische, sobere bouwstijl (ca. 1925–1955), ontstaan rond ir. M.J. Granpré Molière en geïnspireerd op vaderlandse baksteenarchitectuur.
Betekenis
De Delftse School is een traditionalistische bouwstijl die teruggrijpt op klassieke en vaderlandse voorbeelden en soberheid nastreeft; vorm volgt functie. De stijl onderscheidt zich vooral door het vrijwel exclusieve gebruik van baksteen, eenvoudige en harmonieuze vormen en een voorkeur voor religieuze en publieke gebouwen.
Toepassing
De Delftse School komt voor in woningen, publieke gebouwen en kerkelijke architectuur.
- Eenvoudige woningen en tuindorpen
- Grote publieke gebouwen zoals stadhuizen en musea
- Kerkbouw met invloed uit de romaanse bouwkunst
- Wederopbouwprojecten na de Tweede Wereldoorlog
Aandachtspunten
- Herkennen aan het vrijwel uitsluitend gebruik van baksteen.
- Letten op hoge, met pannen beklede hellende daken tussen topgevels en hoge gootlijnen.
- Natuursteen wordt toegepast op constructief belangrijke punten.
- Vormgeving is sober, harmonieus en soms opzettelijk archaïsch; de vorm volgt de functie.
Kenmerken
- Voornamelijk baksteen als bouwmateriaal.
- Hoge, met pannen beklede hellende daken en topgevels.
- Hoge gootlijnen.
- Gebruik van natuursteen bij constructieve elementen.
- Eenvoud, harmonie en traditioneel classicisme: soms archaïsch van karakter.
- Vorm bepaald door functie, zowel bij woningen als bij grote publieke gebouwen.
Geschiedenis en ontwikkeling
De Delftse School ontwikkelde zich rond 1925–1955 op de afdeling bouwkunde van de TH in Delft onder leiding van ir. M.J. Granpré Molière. Rond 1930 ontstond de stroming deels als reactie op het toen sterke Functionalisme; de Delftse School keerde zich tegen wat zij zag als overmatige nadruk op materiaal en techniek en richtte zich op het geestelijke in de architectuur. De economische crisis remde experimentele ontwikkeling, wat de traditionalistische inslag versterkte. Na de Tweede Wereldoorlog beheerste de Delftse School de wederopbouw en bleef invloedrijk zolang Granpré Molière hoogleraar bleef (tot oktober 1953). Na circa 1950 werd de kerkelijke baksteenarchitectuur in strakkere vorm voortgezet door de Bossche School van Dom Hans van der Laan.
Verschil met functionalisme en Amsterdamse School
- Functionalisme: de Delftse School bekritiseerde het Functionalisme omdat dat volgens haar te veel nadruk legde op materiaal en techniek en te weinig op vorm (het geestelijke).
- Amsterdamse School: de Delftse School verwierp de excessieve decoratie van de Amsterdamse School en koos voor soberder classicistische vormen.
Voorbeelden
- Tuindorp Vreewijk (ca. 1916–1920?): Granpré Molière, J.H. de Roos en W.F. Overeijnder
- Stadhuis Waalwijk (1929–1930): Kropholler
- Oud gedeelte Van Abbemuseum, Eindhoven: Kropholler
- Stadhuis Enschede (1930–1932): Friedhoff
- Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam (1935): Van der Steur