Gordelboog
Een gordelboog is een dragende boog tussen twee gewelfvlakken, loodrecht op de muren waartussen het gewelf is gespannen.
Betekenis
Een gordelboog is een dragende boog die twee aangrenzende gewelfvlakken van elkaar scheidt en ondersteunt, en staat loodrecht op de muren waartussen het gewelf is gespannen. Daardoor verschilt zij van gekruiste of diagonale bogen in een kruisgewelf, die schuin tussen hoeken lopen.
Toepassing
De gordelboog komt voor in gewelfconstructies en varieert met bouwstijl en type gewelf.
- Tussen gewelfvelden in ton- en kruisgewelven als dragende scheiding.
- In romaanse bouw vaak als ronde gordelboog bij tongewelven.
- In gotische gebouwen vaak smaller en uitgevoerd als spitsboog.
- Soms aangeduid als transversaalboog.
Aandachtspunten
- Plaatsing: de gordelboog staat loodrecht op de dragende muren.
- Romaanse gordelbogen gingen vaak gepaard met een steunbeer aan de buitenzijde.
- Gotische gordelbogen worden steeds meer vervangen of overgenomen door gewelfribben en zijn daardoor smaller.
- Vorm: gordelbogen kunnen rond- of spitsboogvormig zijn, afhankelijk van de bouwstijl.
Typen / uitvoeringen
- Ronde gordelboog: veel toegepast in de Romaanse bouw, vaak bij tongewelven.
- Spitse gordelboog: kenmerkend voor de Gotiek; smaller en minder massief dan de romaanse uitvoering.
Historische ontwikkeling
- Romaanse periode: gordelbogen waren vaak ronde bogen en extern ondersteund door steunberen.
- Gotische periode: het gebruik van gewelfribben reduceerde de zichtbare rol van de gordelboog; waar ze voorkomen zijn ze fijner en vaak spits.
Verschil met diagonale bogen en scheiboog
- Diagonale (gekruiste) bogen in een kruisgewelf kruisen schuin over het gewelfveld; de gordelboog loopt dwars, loodrecht op de muren.
- De gordelboog wordt in literatuur en bouwkundige vergelijkingen vaak naast de scheiboog geplaatst.