Kop

De kop is de korte, smalle kant of zijde van een rechthoekige vorm, vaak gebruikt voor de smalste zijde van een baksteen.

Betekenis

De kop is de korte, smalle zijde of uitloper van een groter geheel; bij bakstenen is het de smalste kant en komt overeen met een halve steen. De lange smalle zijde van een baksteen heet strek en de boven- en onderzijde worden legvlakken genoemd.

Toepassing

De term wordt gebruikt in metselwerk en steenbenamingen.

  • Aanduiding van een halve baksteen (kop) bij maatvoering en verbanden.
  • Beschrijven van oppervlakken van een baksteen: kop, strek en legvlak.
  • Verwijzing naar bouwdelen en gevelaanzichten zoals kopgevel en kopse kant.

Aandachtspunten

  • Onderscheid maken tussen kop, strek en legvlak bij maatberekening en metselverbanden.
  • Rekening houden met de stootvoeg bij het bepalen van deelbreedtes (voorbeeld voor klezoor): klezoor = (strek - 3×voeg) / 4; bij een strek van 210 mm en een totaal van 3×voeg = 30 mm geeft dit 45 mm.
  • De term kan ook algemener verwijzen naar een kortere uitloper of smalle zijde buiten de steencontext (bijvoorbeeld in samengestelde benamingen).

Verschil met strek en legvlak

  • Strek: de lange smalle zijde van een baksteen, gebruikt voor andere verbanden en maatvoering.
  • Legvlak: de boven- en onderzijde van de baksteen, betrokken bij het stapelen en de ligging van stenen in het werk.

Etymologie en vertalingen

  • Het woord is waarschijnlijk ontleend aan het Laatlatijnse cuppa (drinkbeker) en via analogie met vormen verder uitgebreid naar betekenissen als "hoofd". Vergelijkbare ontwikkelingen bestaan in het Frans (tête) en andere talen.
  • Engelse termen uit de bouwcontext vermeld in verband met kop: voor baksteen "header"; voor kopgevel "end wall" of "end elevation"; voor verschillende kopvormen bij bevestigingsmiddelen: "head", "flat head", "countersunk head".