Op vlucht
Op vlucht (ook: op de vlucht) betekent dat een gevel sterk naar voren helt en boven de rooilijn uitsteekt zonder funderingszakking.
Betekenis
Een gevel staat op vlucht wanneer zij naar voren helt en de top vóór de rooilijn uitsteekt, zonder dat er sprake is van zetting of zakking van de fundering. Meestal resulteert dit in een uitspringende gevel, vaak per verdieping, waarbij de helling van de vlucht typisch ongeveer 2,5 cm per opgaande meter bedraagt.
Toepassing
Op vlucht komt voor bij historische en soms moderne gevels als bouwkundige of optische maatregel.
- In middeleeuwse en vroegmoderne stedelijke woonhuizen (veel toegepast vooral van ca. 1600 tot ca. 1750).
- Boven de begane grondpui, vaak met de begane grondpui "te lood" en pas boven de puibalk een op vlucht geplaatst stenen geveldeel.
- Bij huizen met houten gevels, verdiepingsbalken en veel glas-in-loodramen om hout en glas te beschermen.
- Als later architectonisch effect bij nieuwbouw vanaf de fundering tot ongeveer eind 18e eeuw en in enkele moderne voorbeelden.
Aandachtspunten
- Bescherming: voorkomt doorslag van hemelwater op verdiepingsbalken, houten gevels en kozijnen met glas-in-lood en beschermt het kozijnhout tegen verrotting.
- Helling en maatvoering: normale helling circa 2,5 cm per meter; Amsterdamse keur (1532) gaf maks. vier duim op een roede (ongeveer 10 cm op ~360 cm); Dordrecht gaf maks. 3 op 144 (≈2,1 cm per 100 cm of ≈7,5 cm op 360 cm).
- Voorsprong: in het westen van Nederland is de voorsprong kleiner (ongeveer een halve voet) dan in het oosten (ongeveer één tot anderhalve voet); in het westen kan de totale voorsprong circa één voet bedragen.
- Constructiebeperkingen: vervanging van houten geveldelen door stenen geveldelen op overkragingspunten was vaak niet mogelijk door het extra gewicht; slechts op een zware puibalk van de begane grond kon een ½-steens gevel van doorgaande lijn voor twee verdiepingen worden geplaatst.
- Neveneffecten: vaak aangevoerde bijkomende voordelen: zoals makkelijker hijsen van goederen, esthetische vergroting van de gevelimpressie, spanning via muurankers die doorzakken remt, groter vloeroppervlak of behoud van vloeroppervlak bij vervanging - zijn in waarde discutabel.
- Lichtinval: combinatie van een kleine overstek met bouwen op vlucht verhindert in mindere mate hinder van lichtinval dan een grote overkraging.
Historiek
- Oorsprong in de middeleeuwse overkragende houtskeletconstructie; het principe bleef gebruikelijk tot ver in de 19e eeuw.
- Meestvoorkomend in de periode circa 1600–1750; later soms toegepast als puur architectonisch of optisch element.
- Geleidelijke afname zodra gevels uit baksteen of natuursteen gebruikelijker werden, omdat bij massieve materialen de noodzaak voor bescherming tegen doorslag van regen en verrotting afneemt.
Bouwkundige uitvoering
- Vaak per verdieping uitspringende gevel; boven de puibalk kon het stenen geveldeel op vlucht beginnen terwijl de begane grondpui recht stond.
- Kleine overstekken werden vaak gecombineerd met op vlucht bouwen om zowel bescherming te bieden als de hinder van lichtverlies te beperken.