Wegzijging

Wegzijging is het droogvallen van sloten en greppels doordat de grondwaterstand (te) laag is.

Betekenis

Wegzijging is het verschijnsel waarbij ondiepe sloten en greppels droogvallen omdat de grondwaterstand daalt. Daardoor loopt water langzaam de ondergrond in, waardoor oppervlaktewater verdwijnt en waterstanden lokaal sterk kunnen teruglopen.

Toepassing

Wegzijging speelt een rol in watersysteembeheer en ecologische omstandigheden van waterlopen.

  • Ontstaat vooral in de zomer wanneer rivieren laag staan en het grondwater meezakt.
  • Treedt veel op in ondiepe sloten en greppels die direct afhankelijk zijn van grondwater.
  • Komt frequent voor op hogere oeverwallen.
  • Beïnvloedt beslissingen rond peilbeheer en het pompen van water in droge periodes.

Aandachtspunten

  • Ervaart grotere impact tijdens warme periodes door samenloop van lage aanvoer en hoge verdamping.
  • Kan leiden tot droogval van sloten, met gevolgen voor ecologie en waterbeschikbaarheid.
  • Bij pompen in de zomer gaat een aanzienlijk deel van het opgepompte water verloren aan wegzijging en verdamping.
  • Veranderingen in klimaat maken peilbeheer op locaties met wegzijging steeds uitdagender.

Relatie met peilbeheer

Wegzijging verklaart waarom peilbeheer op hogere oeverwallen complexer wordt: pomppogingen om waterstanden te verhogen verliezen vaak veel water aan de ondergrond en aan verdamping, terwijl de vraag naar water juist toeneemt in droge periodes. Daardoor kan peilbeheer minder effectief zijn en vereisen locatiespecifieke afwegingen.

Etymologie

De term ontstaat uit samenstelling van weg en zijgen; zijgen betekent langzaam neerdalen of filteren. Wegzijging duidt letterlijk op het langzaam weglopen of infiltreren van water in de ondergrond. (Bron: Etymologiebank)

Vergelijking met retentie en kwel

  • Vergelijk: retentie en kwel; wegzijging betreft het verlies van oppervlaktewater door infiltratie naar de ondergrond, terwijl retentie en kwel andere processen in het waterbeheer aanduiden.