Baksteen algemeen
Baksteen is een bouwsteen verkregen door het bakken van klei bij circa 850–1200 graden Celsius.
Betekenis
Baksteen is een geprofileerd bouwmateriaal dat ontstaat door het bakken van klei bij temperaturen tussen ongeveer 850 en 1200 °C. Daardoor verkrijgt de steen zijn vaste, duurzame eigenschappen die hem geschikt maken voor muur- en gevelbouw.
Toepassing
Baksteen wordt toegepast bij:
- bouwen van muren en gevels
- vervaardigen van gevelstenen met verschillende oppervlaktetexturen
- historische en moderne bouw waar duurzame muurmaterialen vereist zijn
Aandachtspunten
- Volg de vijf basisbewerkingen in de productie: uitgraven, homogeniseren, vormen, drogen en bakken.
- Houd rekening met het productieproces bij keuze van textuur en vorm (handvorm, vormbak, strengpers, wasserstrich).
- Wees ervan overtuigd dat handgevormde stenen onregelmatiger in oppervlak en nerf zijn; sommige gevelstenen worden om die reden nog handgevormd.
- Ken de gangbare industriële invloed: mechanisering heeft de laatste honderd jaar veel processen geautomatiseerd.
Geschiedenis kort
- Zesduizend jaar geleden bestond al het produceren van bouwstenen, aanvankelijk als gedroogde stenen.
- Rond 4000 v.Chr. bakten de Egyptenaren stenen.
- Ongeveer 2000 jaar geleden introduceerden de Romeinen het baksteenbedrijf in grote delen van Europa.
- Na het vertrek van de Romeinen (circa 400 n.Chr.) verdween de kennis plaatselijk en keerde rond 1200 n.Chr. terug via kloosters.
Bewerkingsstappen
De productie van baksteen omvat vijf basisbewerkingen:
- Uitgraven: kleiwinning, vroeger handmatig, tegenwoordig vaak met baggermachines.
- Homogeniseren: kneden van klei, nu meestal machinaal.
- Vormen: handmatig of met machines (vormbakpersen, strengpersen).
- Drogen: gecontroleerd drogen van gevormde stenen.
- Bakken: verhitten tot 850–1200 °C om de definitieve eigenschappen te verkrijgen.
Vormen en texturen
- Handvorm: geeft een ruwer oppervlak met een grillige nerfstructuur; traditioneel voor sommige gevelstenen.
- Vormbak (vormbakpers): levert een volle structuur met een gekorreld oppervlak; nerven minder diep dan handvorm.
- Wasserstrich: de klei verlaat de vorm door een waterstraal, wat resulteert in een betrekkelijk glad oppervlak met plaatselijke oneffenheden.
- Strengpers: vormt de klei als een balk die met draden wordt gesneden; circa 90% van de bakstenen wordt op deze manier geproduceerd; stenen uit de strengpers worden soms hekstenen genoemd.