Internationale stijl

De Internationale Stijl (ongeveer 1920–1970) streeft naar functionele, niet-tijdgebonden vormen door rationele toepassing van materialen en afwijzing van historische elementen.

Betekenis

De Internationale Stijl is een moderne architectuurstroming die vanaf circa 1920 tot 1970 invloedrijk was en vormde op basis van functionele en rationele principes. Zij zoekt een universele, niet-tijdgebonden vorm die onafhankelijk is van historische stijlontwikkeling of nationale geaardheid, en die door een zuivere toepassing van materiaal per functie ideale vormen nastreeft.

Toepassing

De stijl komt voor in verschillende typen gebouwen.

  • Kantoorgebouwen
  • Warenhuizen en andere publieke gebouwen
  • Woonhuizen met een hedendaagse architectonische uitstraling
  • Hoogbouw in grootschalige volkshuisvesting (voorbeeld: Bijlmer)

Aandachtspunten

  • Uitwendige stijleenheid bleek in veel gevallen slechts oppervlakkig te zijn; vormeenheid volgde niet vanzelf uit het functionele principe.
  • Kritiek op doorgeschoten functionalisme: neiging tot eenvormige, esthetisch sobere architectuur waarbij de bewoner soms over het hoofd werd gezien.
  • Resultaat in sommige gevallen: saaie hoogbouw en kritiek in sociale huisvesting.
  • Architecten hielden vaak vast aan een stellingname die als aanmatigend werd ervaren.

Kenmerken

  • Beklemtonen van het volume door uniforme toepassing van witte bepleistering.
  • Vrije en veranderlijke inrichting van de plattegrond.
  • Afwijzen van uitwendige versiering die de strakheid van het volume aantast.
  • Gebruik van staal en glas.
  • Spel van volumes gericht op integratie in het landschap.
  • Geen historiserende of traditionele elementen; geen teruggrijpen naar vernacular architecture.

Materialen / uitvoeringsvormen

Moderne bouwmethoden en materialen die in de praktijk bijdroegen aan de stijl:

  • Staalskelet
  • Gietbouw in beton
  • Bouw met betonblokken

Voorbeelden en architecten

  • De Weissenhofsiedlung in Stuttgart (1927) toonde werken van architecten van verschillende nationaliteiten en illustreerde tegelijk de grenzen van stilistische eenheid.
  • Belangrijke vertegenwoordigers: Ludwig Mies van der Rohe, Oscar Niemeyer, Eero Saarinen en Alvar Aalto.
  • Vroeg Nederlands voorbeeld: huizenrij aan de Erasmuslaan in Utrecht, architect Gerrit Rietveld, aannemer Bredero, 1930–1931 (Erasmuslaan 5–11; woningen met twee etages en een kelder).

Verschil met postmodernisme

Het postmodernisme ontwikkelde zich onder andere als reactie op de Internationale Stijl en keerde zich tegen de rigide afwijzing van historische en traditionele elementen.