Landschapselementen

Landschapselementen zijn onderdelen van het landschap die reliëf, variatie en levensruimte bieden.

Betekenis

Landschapselementen zijn onderdelen in het landschap die enig reliëf, structuur of bijzondere landschappelijke waarde geven. De term omvat enerzijds reliëfelementen zoals terpen en stuwwallen, en anderzijds landschappelijk interessante objecten in het boerenland (hout, water en andere elementen) waarop geen landbouwactiviteit wordt uitgeoefend. Landschapselementen bieden variatie en levendigheid in het land en vormen voor insecten, vogels en zoogdieren schaduw, bescherming en nestgelegenheid; ze dragen zo bij aan biodiversiteit.

Toepassing

Landschapselementen worden ingezet als landschaps- en ecologische elementen, en geadministreerd binnen agrarische regelingen.

  • Bieden schaduw, bescherming en nestgelegenheid voor dieren.
  • Verbeteren biodiversiteit door variatie in bomen, struiken, grassen, onkruiden, water en reliëf.
  • Kommen voor in het boerenland als houtwallen, bosjes, hagen, knotwilgen en poeltjes.
  • Dienen als te registreren elementen bij subsidieregelingen sinds 2023.

Aandachtspunten

  • Landschapselementen zijn gebieden waarop geen landbouwactiviteit wordt uitgeoefend; productieve bomen horen niet als landschapselement geregistreerd te worden.
  • Productieve bomen moeten worden geregistreerd met de bijbehorende gewascode voor landbouwgrond.
  • Vanaf 2023 zijn landschapselementen subsidiabel; het totale subsidiabele areaal is landbouwareaal plus landschapselementen.
  • Situatie en voorwaarden vermeld in 2024 kaderen binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB); aanvullende eisen en voorwaarden staan bij RVO.
  • Bij administratieve registratie worden subsidiabele en niet-subsidiabele arealen visueel onderscheiden (subsidiabel = groen, niet-subsidiabel = blauw).

Eisen / regelgeving

  • Vanaf 2023 kunnen landschapselementen in aanmerking komen voor subsidie.
  • De situatie van toepassing in 2024 valt onder het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid; nadere voorwaarden en uitvoeringsregels zijn vastgelegd bij RVO.

Typen / uitvoeringen

  • Boomgroep 2617: een vrij-liggend, vlakvormig en aaneengesloten landschapselement met bomen en struiken; boomkruinen raken elkaar en er is duidelijk zichtbare ondergroei (meer dan 50 m²); maximaal 1,5 hectare.
  • Bosje 2642: vrij-liggend, vlakvormig en aaneengesloten met opgaande inheemse bomen en struiken; boomkruinen raken elkaar en ondergroei (anders dan gras) > 50 m²; maximaal 1,5 hectare.
  • Bossingel 2619: vrij-liggend, lijnvormig en aaneengesloten met opgaande inheemse bomen en struiken.
  • Elzensingel 2622: vrij-liggend, lijnvormig en aaneengesloten éénrijig element, vaak langs slootkanten, grotendeels zwarte els en beheerd als hakhout.
  • Griendje 2631: vrij-liggend, vlakvormig element met inheemse wilgensoorten, beheerd als hakhout; maximaal 1,5 hectare.
  • Hakhoutbosje 2630: vrij-liggend, vlakvormig element met inheemse bomen en struiken, beheerd als hakhout; maximaal 1,5 hectare.
  • Hoogstamboomgaard 2628: verzameling van fruit- en/of notenbomen met stamminimaal 1,5 meter; onderbegroeiing grazig; minimaal 10 bomen; dichtheid 50–150 bomen/ha; maximaal 1,5 hectare. Productie uit een hoogstamboomgaard mag niet bedrijfsmatig verkocht worden als het als landschapselement geregistreerd wordt; bij bedrijfsmatige verkoop hoort een landbouwgewascodering.

Voorbeelden

Voorbeelden van landschapselementen die reliëf of bijzondere landschappelijke vormen geven:

  • aha, bocagelandschap, coupure, daliebult, daliegat, dekzandrug, donk, drumlin
  • graft, greppel, houtwal, kreekrug, landscheiding, legakker en petgat
  • meanderende rivier, overlaat, pingo-ruïne, raatakkers, stinswier
  • stuifzand (bij dekzand), stroomrug, stuwwal, terp, terras
  • tumulus (grafheuvel), vliedberg, wiel, woerd