Module

Een module is een meer of minder zelfstandig onderdeel van een groter geheel, gekoppeld via een relatief smalle interface.

Betekenis

Een module is een meer of minder zelfstandig onderdeel van een groter geheel dat via een zo smal mogelijke verbinding (interface) met dat geheel is gekoppeld. Het begrip omvat zowel losse bouwstenen binnen systemen (zoals software of onderwijsprogramma's) als een maat of verhoudingsprincipe in de klassieke architectuur, waar de module (modulus) de verhoudingen tussen delen van een gebouw beheerst. In architectuur zijn die modules vaak afgeleid van menselijke proporties volgens Vitruvius en later aangepast door denkers als Le Corbusier.

Toepassing

Module wordt gebruikt in verschillende contexten.

  • Software: als zelfstandige bouwsteen binnen een programma.
  • Onderwijs: als afgebakend deel van een opleiding (bijv. een module muzikale vorming).
  • Bouw: als bouwmodule of prefab-eenheid (zie unitbouw, spacebox, blokunit, woonunit, IFD, Portakabin).
  • Architectuur: als maateenheid die proporties en verhoudingen in een ontwerp bepaalt.

Aandachtspunten

  • Koppel een module via een zo smal mogelijke interface om afhankelijkheden te beperken.
  • Herbruikbaarheid en vervangbaarheid volgen uit duidelijke afbakening van functies en verbindingen.
  • Bij architecturale modules gelden vaste proporties die vaak van menselijke afmetingen zijn afgeleid.
  • Terminologie: module (algemeen) kan verwijzen naar modulus (de maateenheid in architectuur); het meervoud van modulus is moduli.

Etymologie

  • Het woord is afgeleid van het Latijnse modulus, een verkleiningsvorm van modus (maat, maatstaf, voorschrift).
  • Vergelijkbare woordstammen vinden zich in termen als mode (voorschrift) en model (voorbeeld).

Historiek

  • Vitruvius ontwikkelde een module gebaseerd op van het menselijk lichaam afgeleide maatreeksen en schreef over ordinatio als zoektocht naar schoonheid via universele proporties.
  • In de Renaissance werd de term commodulatio gebruikt om symmetrie en harmonieuze structuur aan te duiden.
  • Le Corbusier paste Vitruvius' verhoudingen aan in zijn Modulor-systeem, een herinterpretatie van menselijke proporties voor moderne architectuur.

Proporties volgens Vitruvius

  • De handpalm is gelijk aan de breedte van 4 vingers.
  • Een voet is gelijk aan de breedte van 4 palmen.
  • Een el is gelijk aan de breedte van 6 palmen.
  • Een stap is gelijk aan 4 el.
  • De hoogte van een mens is gelijk aan 4 el (24 palmen of 6 voet).
  • De lichaamslengte met uitgestrekte armen is gelijk aan de hoogte (4 el bij 4 el).
  • De afstand van de haargrens tot de onderkant van de kin is 1/10 van de lichaamslengte.
  • De afstand van bovenaan het hoofd tot de onderkant van de kin is 1/8 van de lichaamslengte.
  • De maximale breedte van de schouders is 1/4 van de lichaamslengte.
  • De afstand van de elleboog tot de vingertop is 1/5 van de lichaamslengte.
  • De afstand van de elleboog tot de oksel is 1/8 van de lichaamslengte.
  • De lengte van de hand is 1/10 van de lichaamslengte.
  • De afstand van de onderkant van de kin tot de neus is 1/3 van de lengte van het hoofd.
  • De afstand van de haargrens tot de wenkbrauwen is 1/3 van de lengte van het gezicht.
  • De lengte (hoogte) van het oor is 1/3 van de lengte (hoogte) van het gezicht.