Schacht
Een schacht is een langwerpig, meestal verticaal onderdeel dat in architectuur en techniek kokervormige of mantelachtige functies vervult.
Betekenis
Een schacht is het opgaand deel van een zuil, pilaster of soortgelijk element tussen de basis (voetstuk) en het kapiteel. Daarnaast duidt schacht op een kokervormige toegang naar een ondergrondse ruimte (mijnschacht), op een breed verticaal kanaal in een gebouw (bijvoorbeeld een liftschacht) en op een mantel die om een object geschoven kan worden (bijv. de mantel van een heipaal of een sonderingsconus).
Toepassing
Schachten komen voor in diverse bouwkundige en civieltechnische contexten.
- Als opgaand deel van klassieke zuilen en pilasters tussen basis en kapiteel.
- Als kokervormige toegang tot ondergrondse ruimtes, zoals een mijnschacht.
- Als verticaal kanaal in gebouwen, bijvoorbeeld bij liften.
- Als mantel rondom palen of sonderingsinstrumenten (heipaalmantel, mantel van een sonderingsconus).
Aandachtspunten
- Cannelures worden vaak in de schacht aangebracht bij klassieke zuilen.
- In de renaissancistische klassieke orde hebben kolommen vaste onderdelen en verhoudingen: basis, schacht en kapiteel.
- De Toscaanse zuil wordt gekenmerkt door een gladde schacht zonder cannelures.
- De term verwijst zowel naar architectonische vormen als naar technische kokers en mantels; context bepaalt de betekenis.
Etymologie
- Mogelijke verwantschap met het Latijnse scapus (schacht, steel).
- Ontwikkeling vanuit het Oudnederlandse skaft, met de klankovergang van ft naar cht.
- De betekenis "mijnschacht" is van het Duits ontleend en verspreidde zich vanuit de mijnbouwtradities.
- Engelse tegenhanger: "shaft".