Sterkteklasse
Sterkteklasse is de aanduiding van de karakteristieke sterkte van materialen, met specifieke definities voor beton en hout.
Betekenis
Een sterkteklasse geeft een kenmerkende maat voor de sterkte van een constructiemateriaal. Bij beton is het de karakteristieke druksterkte na 28 dagen, uitgedrukt in N/mm2; bij hout is het een letter‑plus‑getalcode waarvan het getal de representatieve waarde voor de buigsterkte evenwijdig aan de vezel (in N/mm2) aangeeft.
Toepassing
De sterkteklasse wordt gebruikt om materiaalprestaties te specificeren en te selecteren.
- Opnemen van de gewenste sterkteklasse in bestek en technische specificaties.
- Specificeren van betonkwaliteit voor normaal, zwaar en lichtbeton.
- Kiezen van houtsoorten en samengestelde houtproducten voor constructieve toepassingen.
- Aanduiden van gietmortelkwaliteit met K‑waarden (bijv. K70 voor hoogbouw).
Aandachtspunten
- Bij beton verwijst de sterkteklasse naar de karakteristieke druksterkte na 28 dagen.
- Bij beton wordt in de Europese norm een C‑waarde gebruikt; voor lichtbeton geldt de LC‑aanduiding.
- De notatie Cx/y geeft eerst de cilinderkarakteristieke druksterkte (x) en vervolgens de kubuskarakteristieke druksterkte (y).
- Bij hout is de letterindicatie (C, D, GL) gekoppeld aan het soort hout en het achtervoegselcijfer aan de buigsterkte in N/mm2.
Sterkteklasse bij beton
- Aanduiding: Cx/y (C = concrete); x = karakteristieke cilinderdruksterkte (N/mm2); y = karakteristieke kubusdruksterkte (N/mm2).
- Lichtbeton wordt aangeduid met LC (Lightweight Concrete), bijvoorbeeld LC20/22.
- Veelgebruikte en aangeraden sterkteklassen (normaal en zwaar beton):
- C12/15
- C20/25
- C28/35
- C35/45
- C45/55
- C53/65
- C60/75
- C70/85
- C80/85
- C90/105
- C100/115
- Overeenkomende lichtbetonklassen:
- LC12/13
- LC20/22
- LC30/33
- LC40/44
- LC50/55
- LC60/66
- LC70/77
- LC80/88
- Gietmortel gebruikt nog vaak de K‑aanduiding; K70 wordt veel toegepast in de hoogbouw en K50 is voldoende voor woonhuizen (kubusdruksterkte na 7 dagen).
Sterkteklasse bij hout
- Norm: NEN‑EN 338 voor hout voor constructieve toepassingen.
- Aanduiding met een letter en een getal:
- C = massief naaldhout (bijv. C18; CLT kan C16 of C24 hebben of de code van gelamineerd hout).
- D = massief loofhout.
- GL = gelamineerd hout (met toevoeging c of h voor combinatie of homogene opbouw).
- Voorbeelden en bereik (norm EN‑338):
- Gezaagd massief naaldhout: C14, C16, C18, C22, C24, C27, C30, C35, C40, C45, C50.
- Gezaagd massief loofhout: D18, D24, D27, D30, D35, D40, D45, D50, D55, D60, D65, D70, D75, D80.
- Gelamineerd hout: GL20c, GL22c, GL24c, GL28c, GL30c, GL32c en GL20h, GL22h, GL24h, GL28h, GL30h, GL32h.
- Het getal correspondeert met de representatieve buigsterkte parallel aan de vezel, uitgedrukt in N/mm2.
Oude aanduidingen van betonkwaliteit
- Oude notaties zijn vertaald naar de huidige C‑waarden; voorbeelden:
- GBV‑1950: K150 → C8/10, K200 → C11/13, K250 → C13,5/16,5.
- GBV‑1962: K160 → C9/11, K225 → C13/16, K300 → C19/22, K400 → C28/34, K450 → C32/39.
- VB 74 en VB 74/84: B12,5 → C10/12,5; B17,5 → C14/17,5; B22,5 → C18/22,5; B30 → C25/30; B37,5 → C30/37,5; B45 → C35/45; B52,5 → C47,5/52,5; B60 → C50/60.
- VBC 1990 en VBC 1995: B15 → C12/15; B25 → C20/25; B35 → C28/35; B45 → C35/45; B55 → C45/55; B65 → C53/65.
Eisen / regelgeving
- Voor beton wordt in de Europese norm NEN‑EN 206‑1 en de Nederlandse aanvulling NEN 8005 de sterkteklasse aangeduid met een C‑waarde; lichtbeton met LC.
- Voor hout geldt NEN‑EN 338 als norm voor sterkteklassen en hun codering.