Fries
Een fries is een doorgaande horizontale band met beeldhouwwerk of versiering tussen architraaf en kroonlijst.
Betekenis
Een fries is in de klassieke bouwkunst een doorlopende horizontale band met voorstellingen en behoort tot het hoofdgestel (entablement). Meestal bevindt het fries zich tussen de architraaf en de kroonlijst en draagt het sculptuur, reliëf of andere ornamenten.
Een fries kan ook in ruimere zin verwijzen naar elke horizontale band met schilder- of beeldhouwwerk, metselwerk of mozaïek die een muurvlak aan de bovenzijde begrenst of indeelt.
Toepassing
Friezen verschijnen vooral in klassieke en historische bouwstijlen.
- Als decoratief onderdeel van het hoofdgestel tussen architraaf en kroonlijst.
- Als begrenzende of indelende band boven een muurvlak in gevels en interieurmuren.
- Als architectonische versiering in reliëf, beeldhouwwerk, schilderwerk, metselwerk of mozaïek.
- Als variatievorm in boog- of lijstprofielen (zie typen / uitvoeringen).
Aandachtspunten
- Plaatsing: het fries ligt typisch tussen architraaf en kroonlijst binnen het hoofdgestel.
- Materialen en uitvoering: kan bestaan uit beeldhouwwerk, schilderwerk, metselwerk of mozaïek.
- Terminologie: zowel de als het kunnen als lidwoord voorkomen; het fries is echter gebruikelijk.
- Variatie: friezen kennen vele vormen en motieven (o.a. zaagtand- of muizentandenfries).
Onderdelen en verwante elementen
In de context van de Griekse bouwkunst maakt het fries deel uit van een reeks hoofdgestelonderdelen, onder meer:
- akroterion
- sima (cimaas)
- timpaan
- geison
- fries
- architraaf
- abacus
- echinus
- voluut
- zuilschacht
- cannelures
Een representatie van de friesstructuur toont bovendien onderdelen zoals:
- metope
- triglief
- regula met guttae
Typen / uitvoeringen
- Boogfries
- Keperfries
- Kruisboogfries
- Rondboogfries
- Spitsboogfries
- Trapfries
- Zaagtandfries
- Muizentandenfries
Deze typen verwijzen naar vormvariaties en motieven waarmee een fries een gevel of muuroppervlak kan accentueren of structureren.
Herkomst
De term fries is ontleend via het Franse frise aan het middeleeuws-Latijnse frisium, verwant aan frigium/phrygium (versiersel, franje) en uiteindelijk verbonden met de volksnaam van de Frygiërs vanwege hun artistieke reputatie. Engelse tegenhanger: frieze.