Houtsoorten
Houtsoorten in de bouw worden ingedeeld in naaldhout en loofhout met uiteenlopende eigenschappen en toepassingen.
Betekenis
Houtsoorten verwijzen naar de verschillende boomsoorten en hun derivaten die in de bouwwereld worden toegepast; ze worden hoofdzakelijk verdeeld in naaldhout en loofhout. Houtsoorten verschillen in eigenschappen zoals duurzaamheid tegen vocht en aantasting, zichtbare hars, aanwezigheid van kwasten, hardheid, vatgrootte, gewicht en bestendigheid tegen schimmels of paalworm.
Toepassing
Houtsoorten worden ingezet afhankelijk van hun eigenschappen:
- Gebruik van naaldhout voor algemeen bouwhout binnen en buiten, groot werk en grote maten.
- Gebruik van loofhout voor waterwerken, vloeren, kozijnen, bruggen en zwaardere constructies.
- Keuze voor specifieke houtsoorten bij toepassingen die weerstand tegen paalworm, schimmels of chemicaliën vereisen.
- Inzet van gelamineerde en gevingerlaste producten voor grotere draagconstructies en afwerkingen.
Aandachtspunten
- Duurzaamheidsklasse: gegeven als 1 (zeer duurzaam) tot 5 (niet duurzaam) en fungeert als indicatie voor de levensduur van een houtsoort.
- Hars en kwasten: sommige naaldhouten (bijv. vuren, grenen) vertonen zichtbare hars en kwasten die toepassing en afwerking beïnvloeden.
- Gevoeligheden: spint kan bij sommige soorten (bijv. Europees grenen) bij vocht aantasten veroorzaken; sommige loofhoutsoorten zijn niet bestand tegen alkali.
- Aantasting: bepaalde loofhoutsoorten (bijv. azobé, basralocus, demerara groenhart) zijn bestand tegen paalworm of chemicaliën; andere vereisen beschermende toepassing.
- Beschikbaarheid: assortimenten kunnen breed zijn; zo zijn bij een handel ca. 120 houtsoorten leverbaar.
Duurzaamheidsklasse
- Klasse 1 = zeer duurzaam; klasse 5 = niet duurzaam.
- Voorbeelden uit de lijst: merbau en afzelia hebben duurzaamheidsklasse 1–2 respectievelijk 1; vuren en dennen staan op klasse 4.
Voorbeelden en kenmerken
Naaldhout
- Vuren: zichtbare hars, kwasten, zacht; duurzaamheidsklasse 4; toepassing: alle soorten bouwhout binnen en buiten.
- Dennen: geen zichtbare hars, taai, zacht; duurzaamheidsklasse 4; toepassing: groot werk (grote maten).
- Europees grenen: harsrijk, aantasting door spint bij vocht, kwasten, zacht; duurzaamheidsklasse 3–4; toepassing: ook buitenwerk in ramen (door hars).
- Oregon Pine / Douglas Fir: werkt weinig, vast, zacht; duurzaamheidsklasse 3; toepassing: bouwhout binnen en buiten, heipalen, constructie-triplex, grote maten.
Loofhout
- Eiken: hard, sterk, duurzaam, grote vaten; duurzaamheidsklasse 2–3 (Europees eiken 2, Amerikaans wit eiken 2–3, Amerikaans rood eiken 4); toepassing: waterwerken, parketvloeren, universele houtsoort.
- Azobé: zwaar, dicht, grove nerf, bestand tegen paalworm; duurzaamheidsklasse 2; toepassing: constructiehout, waterwerken, bruggen.
- Basralocus: hard, fraaie glans, bestand tegen paalworm en zuur, grote maten; duurzaamheidsklasse 2; toepassing: waterwerken, parket, bedrijfsvloeren.
- Merbau: hard, sterk, zwaar, bestand tegen schimmels, gelijkmatige structuur, grove nerf; duurzaamheidsklasse 1–2; toepassing: waterwerken, vloeren, kozijnen.
- Afzelia: zeer duurzaam, zwaar, grove nerf, niet bestand tegen alkali; duurzaamheidsklasse 1; toepassing: constructiehout, schepen, brugdekken.
- Demerara groenhart: zwaar, rechte draad, fijne nerf, bestand tegen paalworm en chemicaliën; duurzaamheidsklasse 1; toepassing: zeeweringen, sluizen, bedrijfsvloeren.
Bewerkte en gelamineerde varianten
- Veel houtsoorten worden als gelamineerd of gevingerlast gelamineerd materiaal aangeboden (bijv. lariks, beuken) voor grotere maten en stabiele constructies.
- Er bestaan talrijke bewerkte typen hout voor uiteenlopende toepassingen, van architraven tot waterdorpels.
Verwijzingen binnen het vakgebied
- Voor uitgebreide beschrijvingen en afbeeldingen bestaan catalogi en keuzehulpen met tientallen tot honderden houtsoorten; voor diepere informatie en eigenschappen kan naar gespecialiseerde bronnen over hout worden verwezen (bijv. Houtinfo).